Artikel NRC over Noorse Broeders niet onrechtmatig

30-11-2017 Print this page
IEPT20170731, Rb Den Haag, CGN v NRC

Artikel NRC ‘Rabo stopt met Noorse broeders’ niet onrechtmatig: artikel vindt voldoende steun in feitenmateriaal. Het verwijzen van NRC naar beschuldigingen in eerdere publicaties van NRC niet onrechtmatig: geen spoedeisend belang, over rechtmatigheid beschuldiging wordt in bodemprocedure geoordeeld en de onrechtmatigheid van de verwijzing naar deze beschuldigingen kan niet los van de juistheid van de beschuldiging worden beoordeeld. NRC voldaan aan wederhoor: overgenomen passage betreft de kern van reactie CGN.

 

PUBLICATIE

 

NRC publiceert sinds oktober 2016 diverse artikelen over de CGN (ook wel ‘de Noorse Broeders). Zie ook: IEPT20170119, Rb Overijssel, LOOP v NRC
Onderhavig kort geding betreft een artikel van 11 mei 2017 met de titel ‘Rabo stopt met Noorse broeders’. Volgens de CGN is dit artikel onrechtmatig omdat ten onrechte wordt beweerd dat de Rabobank de relatie met CGN wil beëindigen, worden in dit artikel onrechtmatige beschuldigingen herhaald uit voorgaande artikelen en is er door NRC onvoldoende gelegenheid tot wederhoor geboden.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat het artikel niet onrechtmatig is. De passages waar CGN tegen ageert zijn niet onjuist en vinden voldoende grond in de feiten. Waar de titel van het stuk de onjuiste suggestie wekt dat het verbreken van de relatie een vaststaand feit is, wordt dat voldoende ontkracht door de tweede zin van het artikel en de weergegeven reactie van CGN aan het einde van het artikel.

 

In het artikel wordt verwezen naar eerdere publicaties in NRC over CGN, waarbij wordt vermeld dat deze publicaties reden zijn geweest voor Rabobank om de relatie met CGN te herzien. CGN heeft aangegeven over deze publicaties een bodemprocedure te starten De vraag of de beschuldigingen in deze artikelen onrechtmatig zijn vallen buiten deze kort geding-procedure. De vraag of de verwijzing naar deze artikelen onrechtmatig is kan echter niet los gezien worden van de vraag of deze beschuldigingen onrechtmatig zijn en voor de beantwoording van die vraag ontbreekt spoedeisend belang.   
Aan het einde van het artikel wordt de reactie van CGN op dit artikel weergegeven. Volgens CGN was haar maar kort de tijd gegeven om een reactie in wederhoor te geven en is haar reactie onvolledig overgenomen. Volgens de voorzieningenrechter omvat de overgenomen passages echter de kern van wat CGN in haar reactie op het artikel aan NRC heeft laten weten. Dat de reactie niet integraal is overgenomen leidt niet tot het oordeel dat sprake is van onrechtmatigheid.

 

IEPT20170731, Rb Den Haag, CGN v NRC

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:11324