Octrooi voor radijsplant niet nieuw en inventief door openbaar voorgebruik
07-11-2017 Print this page
Conclusie 1, 5 en 11 EP 938 niet nieuw: [P] beschikte vóór datum aanvraag octrooi over aantal paarse spruiten van Raphanus sativa-plant in de zin van conclusie 1, 5 en 11 EP 938. Voorgebruik door [P] ook schadelijk voor conclusie 2 en hulpverzoek waarbij in conclusie 1 kenmerk van conclusie 2 is opgenomen: voorgebruikte spruiten hebben absortiespectrum als vermeld in conclusie 2. Voor zover conclusies 3, 4, 6-10 en 12-14 op grond van r.o. 4.8 al niet nieuwheid missen zijn zij niet inventief: maatregelen uit deze conclusies door gemiddelde vakman af te leiden uit beschikbaarheid op aanvraagdatum van een Raphanus sativa-spruit met een anthocyaninegehalte van tenminste 800 nmol per gram versgewicht.
Hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 8 mei 2013 (IEPT20130508), 18 maart 2015 (IEPT20150318) en 10 juni 2015 (IEPT20150610), waarin onder meer werd geoordeeld dat Cresco slaagde in het bewijs van openbaar voorgebruik van de Raphanus sativa-plant volgens octrooi EP 938. De vonnissen worden bekrachtigd.
Het hof is van oordeel dat de conclusies 1, 5 en 11 van EP 938 niet nieuw zijn, nu blijkens onder meer getuigenverklaringen van [P] en [K] [P] vóór de datum van de aanvraag van het octrooi over een aantal paarse spruiten van de Raphanus sativa-plant beschikte. De paarse kleur van de voor de aanvraagdatum openbaar toegankelijke spruiten bracht noodzakelijkerwijs met zich dat deze spruiten een anthocyaninegehalte van tenminste 800 nmol per gram versgewicht van de spruit hadden. Dit betekent dat het hier gaat om spruiten in de zin van conclusie 1 van EP 938. Dat geldt ook voor het in de conclusies 5 en 11 geoctrooieerde, te weten de spruit zelf en het zaad waaruit die spruit voorkomt.
Het voorgebruik is ook schadelijk voor conclusie 2 en het hulpverzoek waarbij in conclusie 1 het kenmerk van conclusie 2 is opgenomen. De door [P] voorgebruikte spruiten hebben namelijk een absortiespectrum als vermeld in conclusie 2. De openbare toegankelijkheid ontneemt dus de nieuwheid en in elk geval de inventiviteit aan conclusie 2. Voor zover conclusies 3, 4, 6-10 en 12-14 op grond van hetgeen in r.o. 4.8 over conclusie 1 is overwogen al niet nieuwheid missen, zijn zij niet inventief. De maatregelen uit deze conclusies zijn door de gemiddelde vakman af te leiden uit de beschikbaarheid op aanvraagdatum van een Raphanus sativa-spruit met een anthocyaninegehalte van tenminste 800 nmol per gram versgewicht.
IEPT20170829, Hof Den Haag, ToN v Cresco