Ouderenbond maakt met ledenmagazine ‘WijSr’ inbreuk op het woordmerk WIJ

Print this page 04-09-2017
IEPT20170830, Rb Midden-Nederland, WSM v Ouderenbond

(Met dank aan Evert van Gelderen en Elise Menkhorst, Banning en Robbert Sjoerdsma, Holla Advocaten)

 

Woordmerk WIJ  voor onder meer tijdschriften en nieuwsbrieven stemt in visueel, auditief en begripsmatig opzicht overeen met het door de Ouderenbond voor haar ledenmagazine gebruikte teken WijSr. Tijdschrift en ledenmagazine zijn soortgelijke waar. Mate van overeenstemming niet dusdanig dat sprake is van direct verwarringsgevaar: WijSr gericht op senioren terwijl de WIJ-tijdschriften zwangerschap, jeugd en ouderschap als thema hebben, WijSr wordt bovendien alleen onder leden van de Ouderenbond verspreid terwijl ook de WIJ-tijdschriften niet openbaar worden verkocht. Wel sprake van indirect verwarringsgevaar: relevante publiek zou gelet op soortgelijkheid waren, mate van overeenstemming tussen merk en teken en sterke onderscheidingskracht en bekendheid WIJ kunnen denken dat WijSr afkomstig is van de houder van het merk WIJ.

 

MERKENRECHT

 

Eiser WSM is een mediabedrijf dat onder de naam Wij (al dan niet met subtitel als Wij Jonge ouders, Wij Zwanger! En Wij geboorte) diverse tijdschriften en nieuwsbrieven op het gebied van baby's en aanstaande en jonge ouders uitbrengt. WSM is houdster van diverse WIJ- woord- en beeldmerken. De ouderenbond wil vanaf augustus 2017 een magazine met de titel WijSr verspreiden onder haar leden. Volgens WSM is hiermee sprake van inbreuk op haar merkenrechten als bedoeld in artikel 2.20 lid 1 sub b en sub c BVIE, en zij vordert dan ook dat de ouderenbond wordt veroordeeld deze inbreuk te staken of gestaakt te houden.

 

De Ouderenbond heeft (primair) aangevoerd dat moet worden uitgegaan van de nietigheid van het woordmerk WIJ, omdat dat merk volledig beschrijvend is en daardoor onderscheidend vermogen mist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet er echter van worden uitgegaan dat het merk WIJ onderscheidend vermogen bezit om als merk te kunnen dienen, nu het element 'wij' niet (volledig) beschrijvend is voor de betreffende waren en diensten. Bovendien stelt de voorzieningenrechter dat door het langdurige gebruik van het element wij, in een serie samenhangende merken, het van meet af aan bestaande onderscheidende vermogen gaandeweg aanmerkelijk vergroot door inburgering.

 

In het kader van de overeenstemming tussen merk en teken oordeelt de voorzieningenrechter dat het door de ouderenbond gebruikte teken in visueel, auditief en begripsmatig opzicht overeenstemt met het merk. Het leden magazine waar de Ouderbond het teken voor gebruikt, betreft volgens de voorzieningenrechter niet dezelfde waar als waarvoor WSM haar merk bezigt, maar wordt wel aangemerkt als soortgelijke waar. Bij het relevante publiek gaat de voorzieningenrechter uit van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van tijdschriften betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.

 

De mate van overeenstemming tussen merk en teken is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dusdanig dat hierdoor direct verwarringsgevaar te duchten is bij het relevante publiek. Hier weegt vooral mee dat het magazine van de Ouderenbond een tijdschrift voor senioren betreft, terwijl de tijdschriften van WSM grof gezegd over zwangerschap, jeugd en ouderschap gaan. Daarnaast wordt overwogen dat de Ouderenbond haar magazine uitsluitend onder leden verspreidt, terwijl ook de tijdschriften van WSM niet in het openbaar worden verkocht. Hierdoor ligt volgens de voorzieningenrechter niet voor de hand dat de tijdschriften zullen worden verward.

 

Gelet op de soortgelijkheid van de waren en de mate van overeenstemming tussen het merk en het teken en de sterke onderscheidingskracht en bekendheid van het merk WIJ acht de voorzieningenrechter indirect verwarringsgevaar wel aanwezig. De voorzieningenrechter oordeelt dat het relevante publiek zou kunnen denken dat het tijdschrift WijSr afkomstig is van de houder van het merk WIJ dan wel dat sprake is van enige mate van verbondenheid. Dat op de cover bij het teken WijSr als bijschrift vermeld staat "het magazine van KBO-PCOB" maakt dit volgens de voorzieningenrechter niet anders omdat het bijschrift niet duidelijk in het oog springt en in relatief kleine letters is vermeld, maar ook omdat voor het relevante publiek niet zonder meer duidelijk zal zijn waar de afkorting KBO-PCOB voor staat en de vermelding niet zonder meer de mogelijke gedachte dat er sprake is van een economisch verband wegneemt.

 

Op grond van het bovenstaande wordt inbreuk in de zin van art. 2.20 lid 1 sub b BVIE aangenomen. De Ouderenbond wordt veroordeeld om binnen zes uur na betekening van het vonnis het gebruik van het teken WijSr voor haar ledenmagazine te staken en gestaakt te houden. De Ouderenbond wordt daarnaast ex art. 1019h Rv veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van WSM begroot op € 12.772,19,-.

 

IEPT20170830, Rb Midden-Nederland, WSM v Ouderenbond

 

ECLI:NL:RBMNE:2017:4442