Octrooi voor door middel van hot stamping vervaardigen van staal niet inventief

Print this page 14-09-2017
IEPT20170913, Rb Den Haag, Tata Steel v ArcelorMittal
(Met dank aan Jan Pot, Brinkhof)

Octrooi EP 863 voor door middel van hot stamping vervaardigen van staal niet inventief. Vakman: deskundige (ervaren ingenieur) op het gebied van het hot formen van pre-coated staal, met name op het gebied van toepassing in de auto-industrie. Kenmerken conclusie 1 op kenmerk 1.7 na direct en dubbelzinnig aan vakman geopenbaard in publicatie WHK, al dan niet met gebruik van zijn algemene vakkennis. Kenmerk 1.7 is wel een verschilkenmerk: hoewel WHK duidelijke aanwijzing geeft voor maximale gemiddelde opwarmsnelheid, openbaart WHK niet de in het octrooi geclaimde specifieke opwarmsnelheden. Kenmerk 1.7 heeft geen technisch effect: artikel Winkel maakt inzichtelijk dat vakman die, onder toepassing van zijn algemene vakkennis, de leer van WHK zou toepassen, vanzelf binnen het in conclusie 1 van EP 863 genoemde bereik zal werken. Conclusie 2 niet inventief: verschil ten opzichte van conclusie 1 reeds geopenbaard in WHK. Productconclusies 3-9 niet inventief: onvermijdelijk resultaat van niet-inventieve werkwijze. Conclusie 10 en 11 niet inventief: claimen product volgens niet-inventief bevonden conclusies. Proceskostenveroordeling volgens liquidatietarief: zuivere nietigheidsprocedure.

 

OCTROOIRECHT

 

Partijen zijn producenten van staal. ArcelorMittal is houdster van octrooi EP 863 voor een “process for manufacturing stamped products, and stamped products prepared for the same”. Tata Steel is voornemens met een nieuw product op de markt te komen, waarbij zij substantiële bedragen zal dienen te investeren. Zij heeft ArcelorMittal verzocht toe te zeggen dat het volgens haar nietige octrooi niet zal worden gehandhaafd, hetgeen door ArcelorMittal is geweigerd. Tata Steel vordert daarom een wapperverbod.

 

De door Tata Steel bij akte overgelegde octrooiaanvrage WO 2008/053273 wordt buiten beschouwing gehouden, omdat dit document al was ingebracht in de oppositieprocedure en ook in de onderhavige procedure als nieuwheidsschadelijk wordt gepresenteerd. ArcelorMittal betoogt terecht dat zij door deze gang van zaken wordt benadeeld, omdat het pleidooi onvoldoende ruimte biedt om adequaat op de nieuwe argumentatie te reageren.

 

Partijen hebben gediscussieerd over de definitie van de vakman. Met ArcelorMittal is de rechtbank van oordelen dat Tata Steel te veel miskent dat de vakman een fictieve persoon is en dat bij het identificeren van die fictieve persoon moet worden uitgegaan van het technische probleem dat moet worden opgelost en niet van de oplossing zelf. De vakman wordt gedefinieerd als een deskundige (ervaren ingenieur) op het gebied van het hot formen van pre-coated staal, met name op het gebied van toepassing in de auto-industrie.

 

De rechtbank beoordeelt het octrooi vooral op grond van een artikel van Wilsius, Hein en Kefferstein uit 2006 (hierna: “WHK”. Bij bepaling van de verschilkenmerken gaat de rechtbank In navolging van partijen gaat de rechtbank ervan uit dat conclusie 1 een tiental kenmerken bevat. Naar het oordeel van de rechtbank worden deze kenmerken, op kenmerk 1.7 na, allemaal direct en ondubbelzinnig in WHK geopenbaard aan de vakman, al dan niet met gebruikmaking van zijn algemene vakkennis.

 

Met betrekking tot kenmerk 1.7 wordt het volgende overwogen. WHK beschrijft dat het verhitten van blanks in ovens met een maximale opwarmsnelheid van 12°C/s dient plaats te vinden. Blanks betreffen vooraf gecoate platen of strips. Hoewel hiermee een duidelijke aanwijzing wordt gegeven voor de maximale gemiddelde opwarmsnelheid, openbaart het echter niet expliciet de in het octrooi geclaimde specifieke opwarmsnelheden voor het temperatuurbereik van 20°C - 700°C en/of van 500°C - 700°C. Dit betreft daarom een verschilkenmerk ten opzichte van WHK. Volgens dit kenmerk dient het verhitten van een blank namelijk niet alleen gedurende een bepaalde tijd plaats te vinden, maar dienen daarbij ook specifieke opwarmsnelheden te worden gebruikt. Het technische effect daarvan zou met name zien op een verbeterde lasbaarheid en daarnaast verbeterde verfbaarheid en corrosiebestendigheid. Volgens Tata Steel heeft deze maatregel echter geen technisch effect, omdat de geclaimde opwarmsnelheden een autonoom, door de wetten van de thermodynamica beheerst proces zijn, met andere woorden een automatisch gevolg van de eigenschappen van de blank (de samenstelling, dikte en coating) en de temperatuur van de oven (waarbij de opwarmsnelheid het hoogste zal zijn aan het begin, als het temperatuurverschil tussen de oven en de blank het grootst is). Hierbij wordt verwezen naar een artikel van Winkel. Tata Steel wijst er ook op dat één van de opposanten bij de oppositieprocedure bij het EOB, het in WHK beschreven proces heeft nagewerkt en uitkwam op opwarmsnelheden die in het midden van de in het octrooi geclaimde ranges lagen, te weten tussen de 6,9°C/s en 8,9°C/s waar tussen de 4°C/s en 12°C/s geclaimd wordt en tussen de 3,6°C/s en 4,7°C/s waar tussen de 1,5°C/s en 6°C/ s geclaimd wordt.

 

De rechtbank overweegt dat Winkel inzichtelijk maakt dat de vakman die, onder toepassing van zijn algemene vakkennis, de leer van WHK zou toepassen, vanzelf binnen het in conclusie 1 van EP 863 genoemde bereik zal werken. De uit de curve in figuur 2 van het artikel af te lezen opwarmsnelheden worden bovendien bevestigd door het experiment van de opposant in de oppositieprocedure. ArcelorMittal heeft deze meetresultaten bestreden met een verklaring die verwijst naar een aantal meetresultaten. Deze resultaten betreffen echter proeven met vergelijkbare (derhalve niet dezelfde) blanks, waarbij bovendien qua opwarmsnelheden geen significante verschillen aan het licht zijn gekomen (0,4°C/s). De werkwijze van conclusie 1 vloeit dus op een voor de hand liggende wijze voort uit de meest nabije stand van de techniek en kan niet in stand blijven.

 

Ook conclusie 2 houdt geen stand, omdat het ten opzichte van conclusie 1 toegevoegde kenmerk reeds is geopenbaard in WHK. Productconclusies 3-9 zijn niet inventief. Hoewel ArcelorMittal er terecht op wijst dat het een niet inventieve werkwijze niet als vanzelf betekent dat een daarmee vervaardigd voortbrengsel evenmin inventief is, kan dat verweer haar hier niet baten. Een met een niet-inventieve werkwijze verkregen product kan inventief zijn als het voortbrengsel niet het onvermijdelijke resultaat is van toepassing van de werkwijze. Dat dit in casu het geval is, is echter niet door ArcelorMittal betoogd, laat staan onderbouwd. In tegenstelling: het octrooi beschrijft juist dat de kenmerken van conclusies 3-9 onvermijdelijk worden verkregen bij toepassing van de geclaimde werkwijze.

 

Conclusie 10 is niet inventief, omdat het gebruik van een product claimt volgens de niet-inventief bevonden conclusies 3-9 voor de vervaardiging van een “land motor vehicle”. Conclusie 11 is niet inventief, omdat het een product volgens de niet-inventief bevonden werkwijze conclusies 1 en 2 claimt.

 

De proceskostenveroordeling van ArcelorMittal wordt begroot volgens het liquidatietarief, omdat de zaak als een zuivere nietigheidsprocedure moet worden aangemerkt. Er hebben geen handhavingsacties plaatsgevonden door ArcelorMittal.

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:10432

 

De IEPT-versie van het vonnis volgt.