Artikel 5 Hnw kan bij louter beschrijvende handelsnamen alleen succesvol worden ingeroepen bij bijkomende omstandigheden

Print this page 26-09-2017
IEPT20170919, Hof Den Haag, Ans Trading v Parfumswinkel
(Met dank aan Merel Rondhuis en Tjeerd Overdijk, Vondst Advocaten)

ANS heeft belang bij hoger beroep, ondanks dat zij geen eigenaar meer is van onderneming die werd gevoerd onder naam “Parfumswebwinkel”: enige mogelijkheid om titel om proceskosten te innen van Parfumswinkel te ontnemen en om proceskostenveroordeling ten gunste van haarzelf te verkrijgen. Artikel 5 Hnw kan bij louter beschrijvende handelsnaam blijkens Artiestenverloningen-arrest (IEPT20151211) alleen met vrucht worden ingeroepen wanneer er naast verwarringsgevaar sprake is van bijkomende omstandigheden. Dit blijkt ook uit parlementaire geschiedenis en oudere rechtspraak van Hoge Raad. Handelsnaam “Parfumswebwinkel” louter beschrijvend: geen enkel element dat niet van huis uit beschrijvend is voor onderneming. Daadwerkelijke verwarring is geen bijkomende omstandigheid. In casu geen bijkomende omstandigheden aanwezig: stellingen van Parfumswinkel m.b.t. bijkomende omstandigheden zien op dat daadwerkelijke verwarring is opgetreden. Ook als enkel verwarringsgevaar in casu wel voldoende is voor artikel 5 Hnw vordering geen sprake van verwarringsgevaar: grote verschillen in vormgeving handelsnamen in combinatie met niet groot, maar niet te verwaarlozen verschil tussen handelsnamen en geringe beschermingsomvang oudere handelsnaam.

 

PROCESRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van 15 juni 2016 (IEPT20160615), waarin de rechtbank oordeelde dat er sprake was van verwarringsgevaar tussen de handelsnamen “Parfumswinkel” en “Parfumswebwinkel”. Het vonnis wordt vernietigd.

 

Parfumswinkel heeft gesteld dat ANS geen belang heeft bij het hoger beroep, omdat de webwinkel met de handelsnaam “Parfumswebwinkel” thans niet meer door ANS geëxploiteerd, maar door een andere vennootschap. Het hof volgt deze stelling niet. ANS heeft reeds door de proceskostenveroordeling in eerste aanleg belang bij het hoger beroep, ook nu zij de door de rechtbank ten laste van haar uitgesproken kostenveroordeling niet heeft betaald. Het hoger beroep is de enige mogelijkheid voor ANS om de titel om proceskosten te innen van Parfumswinkel te ontnemen en om een proceskostenveroordeling ten gunste van haarzelf te verkrijgen.

 

Naar aanleiding van een vraag van het hof tijdens pleidooi in hoger beroep heeft Parfumswinkel verklaard haar vorderingen (thans) uitsluitend op artikel 5 Hnw te baseren. ANS heeft de vorderingen bestreden met de stelling dat PARFUMSWINKEL een louter beschrijvende naam is. Het hof overweegt dat de vraag is gerezen of in het Artiestenverloningen-arrest (IEPT20151211), hoewel het betrekking heeft op een domeinnaamgeschil, tevens (zijdelings) is beslist dat, in het geval de oudere handelsnaam louter beschrijvend is, voor een succesvolle actie op basis van artikel 5 Hnw, naast verwarringsgevaar, bijkomende omstandigheden zijn vereist. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Dat bijkomende omstandigheden zijn vereist blijkt overigens volgens het hof ook uit de parlementaire geschiedenis en oudere rechtspraak van de Hoge Raad.

 

Vervolgens wordt beoordeeld of de handelsnaam PARFUMSWINKEL louter beschrijvend is. De naam PARFUMSWINKEL bevat geen enkel element dat niet van huis uit beschrijvend is voor de onderneming die PW exploiteert, een (web-)’winkel’ waar (onder meer) ‘parfums’ worden verkocht. De toevoeging van de “tussen-s” in PARFUMSWINKEL is onvoldoende om het beschrijvende karakter weg te nemen. Uit de stellingen van Parfumswinkel is niet af te leiden dat de handelsnaam is ingeburgerd.

 

Parfumswinkel is van mening dat geen bijkomende omstandigheden vereist zijn. Voor zover haar stelling dat zich een aantal keren daadwerkelijk verwarring heeft voorgedaan moet worden opgevat als betoog dat sprake is van een bijkomende omstandigheid, is het hof van oordeel dat daadwerkelijke verwarring geen bijkomende omstandigheid is. De Freihaltebedürfnis die de grondslag vormt van de regel dat bij louter beschrijvende handelsnamen, naast verwarring, bijkomende omstandigheden nodig zijn om schending van artikel 5 Hnw te kunnen aannemen verzet zich niet alleen tegen een inbreukcriterium op basis van enkel verwarringsgevaar, maar net zo goed tegen een inbreukcriterium op basis van enkel daadwerkelijke verwarring.

 

In casu zijn er geen bijkomende omstandigheden aanwezig. Alle stellingen van Parfumswinkel zien op dat daadwerkelijke verwarring is opgetreden. Het hof merk verder op dat indien enkel het bestaan van verwarringsgevaar wel voldoende zou zijn voor een beroep op artikel 5 Hnw, er in casu geen sprake is van verwarringsgevaar. Met name het grote verschillen in vormgeving van de handelsnamen in combinatie met een niet groot, maar niet te verwaarlozen verschil tussen handelsnamen en de geringe beschermingsomvang van de oudere handelsnaam leidt tot deze conclusie.

IEPT20170919, Hof Den Haag, Ans Trading v Parfumswinkel

 

ECLI:NL:GHDHA:2017:2622