Partijen maken na beëindigen samenwerking over en weer inbreuk op elkaars auteursrecht; toewijzen vorderingen niet opportuun

26-10-2017 Print this page
IEPT20170920, Rb Oost-Brabant, Homeplanner

Vorderingen van partijen die samen een agenda hebben ontwikkeld en elkaar na beëindigen samenwerking over en weer beschuldigen van auteursrechtinbreuk afgewezen: partijen maken over en weer inbreuk op elkaars auteursrecht, geen van beide partijen heeft voldoende aannemelijk gemaakt bij wie de auteursrechten op de huidige vormgeving van de agenda liggen, toewijzing vorderingen niet opportuun nu het daarmee voor beide partijen niet meer mogelijk zou zijn om agenda’s uit te geven.

 

AUTEURSRECHT

 

Kort geding. Partijen ontwikkelen beide agenda’s en hebben in dat kader enige tijd samengewerkt. Begin 2017 is er een geschil ontstaan en hebben partijen de samenwerking beëindigd. In het onderhavige kort geding beschuldigen partijen elkaar in conventie en reconventie over en weer van onder meer auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat eiseres en gedaagde over en weer inbreuk maken op elkaars auteursrechten. Volgens de voorzieningenrechter heeft geen van beide partijen heeft voldoende aannemelijk gemaakt aan wiens zijde de auteursrechten op de huidige vormgeving van de door hen samen ontwikkelde agenda zijn komen te rusten en valt niet uit te sluiten dat er sprake was van ‘teamwork’ en daarmee dus co-auteurschap en derhalve gezamenlijke auteursrechten.

 

Gelet op het feit dat beide partijen over en weer inbreuk maken op de aan hen toekomende auteursrechten en het feit dat niet valt uit te sluiten dat het ook zo zou kunnen zijn dat er vanaf 2010 sprake was van co-auteurschap en dus gezamenlijke auteursrechten, acht de voorzieningenrechter het niet opportuun de over en weer gevorderde verboden toe te wijzen. Daarmee zou het voor hen allebei niet meer mogelijk zijn de agenda’s uit te geven, hetgeen de voorzieningenrechter niet in hun belang lijkt, zodat om die reden de vorderingen op grond van inbreuk op auteursrecht worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de door beide partijen gestelde slaafse nabootsing.

 

Wel oordeelt de voorzieningenrechter dat de manier waarop eiseres op Facebook de suggestie wekt dat gedaagde geen agenda’s meer uitgeeft, in strijd met de waarheid en dus misleidend is. Eiseres dient een rectificatie te plaatsen.

 

IEPT20170920, Rb Oost-Brabant, Homeplanner

 

ECLI:NL:RBOBR:2017:4944