Betalingsplichtige komt het recht toe om terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing te vorderen

Print this page 09-10-2017
IEPT20171006, HR, Imation v Thuiskopie

(Met dank aan Thijs van Aerde, Houthoff Buruma en Arnout Groen, Hofhuis Alkema Groen)

 

Geen grond voor stellen prejudiciële vragen aan HvJEU: HR kan op grond van uitleg Unierecht en Auteursrechtrichtlijn door HvJEU de prejudiciële vragen beantwoorden. Betalingsplichtige komt het recht toe om terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing te vorderen, ongeacht op welke grondslag de vordering berust. Dat betalingsplichtige thuiskopievergoeding kan doorberekenen aan eindgebruiker, waardoor betalingsplichtige geen schade lijdt en wordt verrijkt doet hier niet aan af: vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling is geen rechtsvordering tot vergoeding van schade.

 

AUTEURSRECHT

 

Bij vonnis van 8 maart 2017 (IEPT20170308) heeft de rechtbank Den Haag prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over of een vordering tot restitutie van teveel betaalde thuiskopieheffing alleen toekomt aan de eindverwerver van de drager en niet aan de betalingsplichtige en of er onderscheid dient te worden gemaakt tussen vorderingen gebaseerd op de grondslag dat er thuiskopieheffing is voldaan over dragers bestemd voor professioneel gebruik en vorderingen gebaseerd op andere grondslagen.

 

De Hoge Raad is van oordeel dat er geen grond is voor het stellen van nadere prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU. De Hoge Raad verwijst naar het Copydan v Nokia arrest (IEPT20150305) en het Microsoft Mobile Sales arrest (IEPT20160922). Op grond van de uitleg die het HvJEU in deze zaken gaf van het Unierecht, net name de Auteursrechtrichtlijn, is de Hoge Raad in staat de vraag prejudiciële vragen te beantwoorden.

 

De Hoge Raad overweegt omtrent de eerste prejudiciële vraag dat er geen grond is om het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding zo uit te leggen dat de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding (art. 6:203 BW) slechts kan worden ingesteld door de eindgebruiker, met uitsluiting van de betalingsplichtige. Een andere uitleg van het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding zou naar het oordeel van de Hoge Raad onverenigbaar zijn met het Unierecht, in het bijzonder de Auteursrechtrichtlijn. Hieruit vloeit namelijk voort dat een uitsluitend recht op terugbetaling voor de eindgebruiker slechts toelaatbaar is indien tevens is voorzien in een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor de betalingsplichtige, terwijl dat in het Nederlandse stelsel niet het geval is.

 

Aan de vorderingsgerechtigheid van de betalingsplichtige doet niet af dat hij de mogelijkheid heeft om – ongeacht of hij die mogelijkheid (geheel of gedeeltelijk) benut – de door hem betaalde thuiskopievergoeding door te berekenen in de prijs van de gegevensdrager, zodat de thuiskopievergoeding ten laste van de eindgebruiker komt. Weliswaar kan deze mogelijkheid ertoe leiden dat de betalingsplichtige geen schade lijdt en dat hij wordt verrijkt, maar dat staat niet aan de toewijsbaarheid van de op onverschuldigde betaling berustende vordering van de betalingsplichtige. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling geen rechtsvordering tot vergoeding van schade is, en dat in dat verband de vraag in hoeverre degene die de prestatie zonder rechtsgrond heeft verricht en degene die haar heeft ontvangen, zijn verarmd of verrijkt, in beginsel zonder belang is.

 

De Hoge Raad beantwoordt de eerste vraag daarom als volgt:

 

“dat in het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding (ook) de betalingsplichtige het recht toekomt om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen.”

 

Over de tweede vraag wordt overwogen dat er geen grond is om onderscheid te maken tussen de grondslagen waarop de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding berust. In het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding kan de betalingsplichtige een vordering instellen tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding, ongeacht of die vordering berust op (i) de grondslag dat ten onrechte thuiskopievergoeding is voldaan over gegevensdragers die bestemd waren voor professioneel gebruik, (ii) de grondslag dat ten onrechte thuiskopievergoeding is voldaan voor het kopiëren uit illegale bron, dan wel (iii) de grondslag dat de thuiskopievergoeding gedurende een bepaald tijdvak ten onrechte eenzijdig drukte op traditionele gegevensdragers, zoals cd’s en dvd’s, en niet op ‘nieuwe’ digitale apparaten en gegevensdragers.

 

Het antwoord op de tweede vraag is daarom:

 

“dat in het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding (ook) de betalingsplichtige het recht toekomt om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen, ongeacht op welke grondslag die vordering berust.”

 

IEPT20171006, HR, Imation v Thuiskopie

 

ECLI:NL:HR:2017:2569