Vordering in incident zaak Sekteboek afgewezen

27-10-2017 Print this page
IEPT20171011, Rb Amsterdam, Sijthof

Provisionele voorziening tot o.a. publicatieverbod hoofdstuk 6 en aantal passages uit boek gedaagde afgewezen: nader onderzoek naar feitelijke grondslag aantijgingen vereist dat in de hoofdzaak zal moeten plaatsvinden.

 

PUBLICATIE

 

In de hoofdzaak vordert eiser schadevergoeding en een verklaring voor recht dat het door gedaagde geschreven boek en de uitlatingen daarin en online onrechtmatig zijn en een verbod tot het verder openbaar maken en verveelvoudigen van delen van het boek en een rectificatie. 
In incident vordert eiser onder meer een voorlopige voorziening inhoudende een verbod op verder openbaar maken van een hoofdstuk 6 van het boek alsmede passages waarin eiser wordt genoemd en een rectificatie. Hieraan legt eiser ten grondslag dat in het boek beschuldigingen zijn opgenomen op basis van niet-objectieve bronnen waarbij geen hoor en wederhoor is toegepast.

 

Gedaagde vordert van eiser kopieën waaruit blijkt dat eiser uit het lidmaatschap van het Nederlands Instituut van Psychologen is ontzet. Gedaagde heeft het incident opgeworpen onder de voorwaarde dat de rechtbank het door eiser opgeworpen incident niet al zonder kennisneming van de door gedaagde gevraagde stukken afwijst. Aan haar vordering legt zij ten grondslag dat zij een rechtmatig belang heeft bij haar vordering.

 

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het er alle schijn van dat de in hoofdstuk 6 van het boek met BSV het bedrijf van eiser wordt bedoeld en met de -door gedaagde geanonimiseerde - naam ‘D’ eiser in persoon wordt bedoeld. Gedaagde betwist dit ook niet, maar wenst zich daarover niet uit te laten. Gedaagde heeft gemotiveerd betwist dat de aantijgingen in het boek richting eiser onvoldoende grondslag vinden. Daartoe zal nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het licht van de de door gedaagde overgelegde stukken en verklaringen kan niet reeds op voorhand worden aangenomen dat de publicatie onrechtmatig is geweest. De gevorderde voorzieningen kunnen niet worden toegewezen. De vorderingen in incident worden afgewezen. Uit deze afwijzing volgt dat de voorwaarde waaronder gedaagde haar incident heeft ingesteld niet is vervuld en de vordering behoeft geen beoordeling.

 

In de hoofdzaak wordt iedere beslissing aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord.

 

IEPT20171011, Rb Amsterdam, Sijthof

 

ECLI:NL:RBAMS:2017:7345