Vermoeden van kennis van illegale karakter van links naar streams door winstoogmerk bij plaatsing daarvan

20-10-2017 Print this page
IEPT20171017, Hof Den Bosch, MyP2P v Premier League

Door MyP2P geplaatste hyperlinks naar websites waarop - al dan niet zonder feitelijke belemmering – sportwedstrijden illegaal beschikbaar waren vormen naar voorlopig oordeel mededeling aan het publiek: hof gebonden aan uitspraak HvJ in GeenStijl v Sanoma (IEPT20160908) nu deze geen trendbreuk oplevert waar MyP2P niet op bedacht kon zijn, MyP2P had winstoogmerk en dit winstoogmerk levert in het voetspoor van GeenStijl v Sanoma het vermoeden op dat MyP2P kennis had of kon hebben van het illegale karakter van de links. MyP2P toegelaten tot leveren tegenbewijs om dit vermoeden te ontzenuwen. Omstandigheid dat content al voor iedereen beschikbaar was is niet van belang: HvJ heeft nu eenmaal heeft geoordeeld dat het linken naar content waarvan met weet of behoort te weten dat die zonder toestemming van de auteursrechthebbende op het internet is geplaatst als “mededeling aan het publiek” wordt aangemerkt.

 

AUTEURSRECHT

 

Zie eerder het tussenarrest van 30 juni 2015 en het bestreden vonnis van de rechtbank Limburg van 26 maart 2014. In deze zaak staat vast dat MyP2P in de periode van 2006 tot augustus 2011 links heeft geplaatst naar  gratis aangeboden live streams van sportwedstrijden zonder toestemming te hebben van- of een vergoeding te betalen aan rechthebbenden Premier League en de KNVB c.s.. Het hof had in het tussenvonnis de verdere beoordeling in de zaak aangehouden in afwachting van de uitspraak van het HvJ op de prejudiciële vragen  gesteld door de Hoge Raad in de zaak van GeenStijl v Sanoma (IEPT20160908).  

 

MyP2P stelt dat deze uitspraak van het HvJ een trendbreuk met eerdere uitspraken vormt, waarop zij niet bedacht kon en behoefde te zijn, en dat aan die uitspraak “terugwerkende kracht” zou moeten worden ontzegd. Het hof stelt echter gebonden te zijn deze uitspraak nu deze geen trendbreuk oplevert waar MyP2P niet op bedacht kon zijn. Het HvJ heeft niet vanuit dwingende overwegingen van rechtszekerheid dan wel om andere redenen de terugwerkende kracht van haar prejudiciële beslissing in de tijd beperkt, nu de uitspraak volgens het HvJ aansluit bij en voortbouwt op haar eerdere rechtspraak.

 

In het Geen-Stijl arrest oordeelde het HvJ dat “wanneer het plaatsen van hyperlinks geschiedt met een winstoogmerk, van de hyperlink-plaatser worden verwacht dat deze de nodige verificaties verricht om zich ervan te vergewissen dat het betrokken werk op de site waarnaar die links leiden niet illegaal is gepubliceerd, zodat moet worden vermoed dat die plaatsing is geschied met volledige kennis van de beschermde aard van dat werk en van het eventuele ontbreken van toestemming van de auteursrechthebbende voor de publicatie op internet. In dergelijke omstandigheden en voor zover dit weerlegbare vermoeden niet is weerlegd, vormt de handeling bestaande in het plaatsen van een hyperlink naar een illegaal op internet gepubliceerd werk een “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29.”

 

Het hof gaat er van uit dat MyP2P winstoogmerk had bij het plaatsen van de links nu vast staat dat zij hiervoor geen vergoeding heeft betaald en met dit gratis aanbieden inkomsten uit donaties en advertenties heeft verworven. “In het voetspoor” van het GeenStijl-arrest, oordeelt het hof dat kan worden vermoed dat MyP2P kennis had of kon hebben van de omstandigheid dat de plaatsing van de hyperlinks naar de beschermde werken van Premier League en de KNVB c.s. is geschied met volledige kennis van de beschermde aard van deze werken en van het eventuele ontbreken van hun toestemming als auteursrechthebbende(n). Op grond hiervan komt het hof tot de voorlopige conclusie dat het zonder toestemming plaatsen van die hyperlinks kan worden aangemerkt als “mededeling aan het publiek” in de zin van art. 3 lid 1 van de richtlijn 2001/29/EG en dientengevolge als openbaar maken in de zin van art. 12 Aw. Het hof benadrukt dat het gaat om een voorlopige conclusie, nu sprake is van een weerlegbaar vermoeden. MyP2P wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs dat de juistheid van dit (voorlopige) oordeel van het hof ontzenuwt en aannemelijk maakt dat zij de hyperlinks op haar website niet heeft geplaatst met volledige kennis van de beschermde aard van de werken en het ontbreken van de toestemming van de auteursrechthebbenden.

 

Tot slot bespreekt het hof nog de stelling van MyP2P dat anderen de content aanboden en dat het niet zo is dat zij deze ontsloot. Het hof stelt echter dat de omstandigheid dat eventueel diegenen die de content voor iedereen beschikbaar op het internet plaatste als “openbaarmaker” kon worden gezien onverlet laat dat het in dat degene die de content verder systematisch verspreidt als mede openbaarmaker kan worden gezien. De discussie gaat er volgens het hof bovendien aan voorbij dat het HvJ “nu eenmaal heeft geoordeeld” dat het hyperlinken naar content waarvan met weet of behoort te weten dat die zonder toestemming van de auteursrechthebbende op het internet is geplaatst als “mededeling aan het publiek” wordt aangemerkt. Het hof laat MyP2P tot het leveren van bewijs tegen de genoemde voorlopige conclusie en houdt iedere verdere beslissing aan.

 

IEPT20171017, Hof Den Bosch, MyP2P v Premier League

 

ECLI:NL:GHSHE:2017:4524