Kantoorpand aan de Schepenmakersdijk mag worden verbouwd

07-11-2017 Print this page
IEPT20171031, Hof Amsterdam, De Vier Jaargetijden
(Met dank aan Victor Bouman, Wieringa Advocaten)

Voorzieningenrechter heeft terecht geoordeeld dat architect zich niet kan verzetten tegen verbouwing noordgevel kantoorpand aan de Schepenmakersdijk: wijziging noordgevel handhaaft basisidee van gevelindeling en wijzigingen zijn ingegeven door gewijzigde functie van kantoorpand naar woonbestemming. Verzet in onderhavige kort geding procedure tegen aanpassing noordgevel in strijd met redelijkheid: in bestuursrechtelijke procedures geen bezwaar tegen voorgenomen wijziging gemaakt en aangegeven dat is voldaan aan eis om bestaande architectuur te respecteren. Niet ten onrechte een belangenafweging gemaakt bij toepassing artikel 25 lid 1 sub d (“andere aantasting”): geen belangenafweging gemaakt, maar geoordeeld dat niet was voldaan aan voorwaarde dat aantasting nadeel toebrengt aan de architect. Op goede gronden overwogen dat maker van een gebouw er rekening mee moet houden dat in de loop van de tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn die zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden​​​​​​.

 

AUTEURSRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis in kort geding van 30 november 2016 (IEPT20161130). Die Vier Jaargetijden is sinds 2015 eigenaar van een kantoorpand aan de Schepenmakersdijk. Appellant is architect en heeft in 1973 de opdracht gekregen het complex waartoe het kantoorpand nu behoort, uit te breiden met het betreffende kantoorpand. De Vier Jaargetijden heeft voorbereidingen getroffen voor de verbouwing van het kantoorpand tot appartementen. Een verbouwing van de gevel behoort daartoe. De noordgevel en de zuidgevel worden verbouwd. De oude zuidgevel en de voorgestelde nieuwe zuidgevel ziet u linksboven. De architect vorderde in eerste aanleg een verbod om inbreuk te maken op zijn persoonlijkheidsrechten. De voorzieningenrechter oordeelde dat voor de noordgevel sprake was van wijzigingen ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw, die daardoor niet onredelijk waren. Ten aanzien van de zuidergevel werd geoordeeld dat sprake was van “andere aantasting” van de zuidergevel ex artikel 25 lid 1d Aw, maar dat er geen sprake was van aantasting dat nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of goede naam van de architect of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van de architect van het kantoorpand. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat de wijzigingen van de noordgevel dermate beperkte zijn dat daarmee het basisidee van het ontwerp ten aanzien van de gevelindeling blijft gehandhaafd. Ook heeft de voorzieningenrechter volgens het hof terecht geconstateerd dat de wijzigingen zijn ingegeven door  de gewijzigde functie van het gebouw van kantoorpand naar woonbestemming. Aangezien door de architect onvoldoende onderbouwd is toegelicht waarom hij in de bestuurlijke procedures geen bezwaar tegen de voorgenomen wijzigingen heeft gemaakt en zelf heeft bevestigd dat voor de noordgevel is voldaan aan de zijn eis om de bestaande architectuur te respecteren, maar zich daartegen in de voorliggende civielrechtelijke kort gedingprocedure wel verzet, deelt het hof het oordeel van de voorzieningenrechter dat het verzet tegen de wijzigingen in de noordgevel in strijd is met de redelijkheid.

 

Volgens de architect zou de voorzieningenrechter ten onrechte een belangenafweging zou hebben gemaakt bij de toepassing van artikel 25 lid 1 sub d Aw op de zuidgevel. Ook indien het hof er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat sprake is van een aantasting en niet van een “gewone” wijziging zoals De Vier Jaargetijden betoogd, wordt appellant niet in zijn betoog gevolgd. De voorzieningenrechter zou het beroep op artikel 25 lid 1 sub d Aw niet hebben afgewezen op grond van een belangenafweging, maar omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de aantasting nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of goede naam van de architect of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van architect van het kantoorpand.

 

Ten slotte wordt de grief behandeld die stelt dat in het geval van aantasting de mogelijkheid van reputatieschade reeds gegeven is. Het hof overweegt dat ook als sprake is van aantasting de rechter op objectieve wijze na dient te gaan of aannemelijk is dat de  maker van het aangetaste werk daardoor reputatieschade zal leiden. Net als de voorzieningenrechter komt het hof tot het voorlopige oordeel dat daar hier geen sprake van is. Het hof is van mening dat de voorzieningenrechter op goede gronden heeft overwogen dat de maker van een gebouw er rekening mee moet houden dat er in de loop van de tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn die zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden. Het betrokken gebouw is een kantoorpand dat bijna 40 jaar ongewijzigd is gebleven, ruim zeven jaar leeg heeft gestaan en op verzoek van de gemeente is gaan voorzien in de behoefte aan woonruimte c.q. starterswoningen. De aantasting is niet lichtvaardig tot stand gekomen en De Vier Jaargetijden heeft aannemelijk gemaakt dat de aanpassingen aan de niet van de openbare weg zichtbare zuidergevel uitsluitend zijn gemaakt in het kader van de nieuwe woonfunctie. Zij hoefde dan ook niet de door de architect voorgestelde alternatieven voor de zuidgevel te volgen. Ook de overige grieven worden afgewezen.

 

IEPT20171031, Hof Amsterdam, De Vier Jaargetijden

 

ECLI:NL:GHAMS:2017:4431