Zekerheidstelling van € 30.000 voor proceskosten

20-11-2017 Print this page
IEPT20171108, Rb Den Haag, Bacardi v Pure Handling

Zekerheidstelling door statutair in Liechtenstein gevestigd Bacardi Limited toegewezen: uitzondering art. 224 (2) sub b Rv niet van toepassing; geen (mede) woonplaats in Zwitserland aangenomen. Uit Hummel v Nike arrest (IEPT20170518) volgt niet dat (neven)vestigingsplaats – dat aanknopingspunt voor bevoegdheid kan zijn - tevens is aan te merken als woonplaats in de zin van EVEX-verdrag of artikel 224 Rv. Geen verhaal in Nederland (art. 224 (2) sub c): toezegging Bacardi Nederland dat zij kosten Bacardi Limited zal voldoen ontoereikend. Bedrag voor zekerheidsstelling op € 30.000 vastgesteld: gelet op mogelijke complexiteit zaak en de indicatietarieven.

 

PROCESRECHT

 

Incident tot zekerheidstelling. In de hoofdzaak stelt Bacardi dat gedaagden betrokken zijn bij de grootschalige inbreuk op de merken van Bacardi. In dit incident vordert Pure Handling dat de rechtbank bepaalt dat Bacardi Limited zekerheid dient te stellen voor de proceskosten voor een bedrag van € 50.000.

 

De rechtbank wijst de zekerheidstelling toe. Het beroep van Bacardi op artikel 224 (2) sub b gaat niet op, aangezien net zoals in de zaken IEPT20150930 en IEPT20161130 wordt overwogen dat de woonplaats van Bacardi Limited niet aan de hand van het BW, maar aan de hand van artikel 60 van het EVEX-verdrag moet worden bepaald. Uit niets blijkt dat de woonplaats van Bacardi Limited Zwitserland is. Het beroep op de Hummel v Nike zaak (IEPT20170518) kan haar ook niet baten.  In dat arrest is overwogen dat een (neven)vestiging van een buiten de EU gevestigde rechtspersoon een aanknopingspunt is voor de bevoegdheid, maar daaruit volgt niet dat die (neven)vestigingsplaats tevens is aan te merken als een woonplaats in de zin van het EVEX-verdrag en/of artikel 224 Rv, waar een eventuele proceskostenveroordeling zonder moeite kan worden verhaald.

 

Ook het beroep op artikel 224 (2) sub c kan Bacardi niet baten. De toezegging van Bacardi Nederland dat zij bereid en in staat is de proceskosten van Bacardi Limited te voldoen is ontoereikend, nu die niet voor executie vatbaar is en het risico bestaat dat pas onder de door Bacardi Nederland gestelde garantie wordt bepaald nadat een executoriale titel jegens Bacardi Nederland is verkregen.

 

Het gevorderde bedrag van €  50.000 wordt echter niet toegewezen. De rechtbank verlaagt dit bedrag naar € 30.000. het bedrag van € 50.000 is niet gemotiveerd en stijgt uit boven de toepasselijke  indicatietarieven in merkenprocedures. Daarnaast heeft een deel van de vorderingen geen betrekking op de handhaving van IE-rechten. Het betreft echter mogelijk wel een complexe zaak, waardoor de rechtbank mede gelet op de geldende indicatietarieven tot een bedrag van € 30.000 komt.

 

IEPT20171108, Rb Den Haag, Bacardi v Pure Handling

 

(kopie origineel vonnis)