Avelon Fashion is geen auteursrechthebbende van door gedaagde ontworpen collecties

Print this page 14-11-2017
IEPT20171110, Rb Den Haag, Avelon Fashion

Voorzieningenrechter verwerpt stelling Avelon Fashion dat auteursrecht op door gedaagde ontworpen collecties op grond van artikel 8 Aw aan haar toekomt omdat deze als van haar afkomstig openbaar zijn gemaakt: perspublicaties, bedrijfsprofiel en uitnodigingen vormen aanwijzingen dat tot uitdrukking is gebracht dat gedaagde de ontwerper is, omstandigheid dat orderboeken en labels op de (sample)kledingstukken uitsluitend naam Avelon vermelden is in dit licht onvoldoende. Avelon Fashion ook geen auteursrechthebbende op grond van artikel 2.8 lid 2 en 3.29 BVIE: managementovereenkomst kan niet worden aangemerkt als - voor de toepassing van deze artikelen vereiste - bestelling of opdracht voor maken ontwerpen.

 

AUTEURSRECHT

 

Avelon Fashion is een op 19 mei 2015 opgerichte onderneming die zich bezighoudt met ontwerp en verkoop van kleding in het hogere (prijs)segment. Gedaagde is ontwerper en heeft in 2016 voor Avelon Fashion collecties voor de lente en de zomer van 2017 ontworpen. Vanwege tegenvallende resultaten is eind 2016 besloten de bedrijfsvoering van Avelon Fashion te staken. In februari 2017 heeft gedaagde aangekondigd een eigen label te gaan starten en heeft hij (een deel van) de collectie (alsnog) aan verschillende winkeliers geleverd en te koop aangeboden via zijn website. Avelon Fashion stelt dat zij auteursrechthebbende op de ontwerpen is, en dat gedaagde derhalve inbreuk maak op haar auteursrecht.

 

Het standpunt dat aan haar de auteursrechten toekomen, baseert Avelon Fashion in de eerste plaats op artikel 8 Aw, waarin kort gezegd is bepaald dat een vennootschap als maker van een werk wordt aangemerkt als dat werk als van haar afkomstig openbaar wordt gemaakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker te vermelden. Gedaagde heeft echter gesteld dat alle aanwezigen bij de presentaties van de collectie wisten dat hij de maker is en heeft dit onderbouwd met diverse producties, waaronder perspublicaties waarin hij als ontwerper van het label Avelon wordt genoemd en het ‘Avelon company Profile’ van Avelon Fashion zelf, waarin hij als “The designer” van alle Avelon-collecties wordt gepresenteerd. Dit vormen volgens de voorzieningenrechter aanwijzingen dat in de markt niet alleen in algemene zin bekend is (gemaakt) dat gedaagde de ontwerper van de collecties onder het label Avelon is, maar tevens dat dat ten aanzien van de openbaarmaking van de onderhavige collectie, tot uitdrukking is gebracht.

 

Avelon Fashion stelt daar volgens de voorzieningenrechter slechts tegenover dat de voor de collectie gebruikte orderboeken en de labels op de (sample)kledingstukken uitsluitend van de naam Avelon zijn voorzien. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het licht van het voorgaande onvoldoende om van de toepasselijkheid van artikel 8 Aw uit te gaan. Haar beroep op dit artikel faalt.

 

Ook het betoog van Avelon Fashion dat zij krachtens de artikelen 3.8 lid 2 en 3.29 BVIE auteursrechthebbende op de ontwerpen uit de collectie is, faalt. Volgens de voorzieningenrechter is geen sprake van een door Avelon Fashion gedane bestelling voor die ontwerpen, zoals op grond van artikel 3.8 lid 2 BVIE is vereist. De managementovereenkomst waar Avelon fashion zich op beroept, behelst naar het oordeel van de voorzieningenrechter een (algemene) opdracht om te zorgen voor het management en de directievoering van Avelon Fashion. Over het maken van ontwerpen is in de managementovereenkomst niets bepaald. Deze overeenkomst kan daarom niet worden aangemerkt als bestelling of opdracht van Avelon Fashion voor het maken van de hier in geding zijnde ontwerpen. Dat de hoofdtaak van gedaagde binnen de samenwerking het ontwerpen van collecties was met de bedoeling dat deze door Avelon Fashion op de markt werden gebracht, leidt volgens de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel. De vorderingen van Avelon Fashion worden op grond van het bovenstaande afgewezen.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:13013