Dienst die het maken van privékopieën in de cloud mogelijk maakt in strijd met Auteursrechtrichtlijn
29-11-2017 Print this pageOp grond van drie-stappen-toets geen toelaatbare privé-kopieën bij cloud-opslagdienst, die omroepuitzendingen opneemt en ze via internet ter beschikking van zijn klanten stelt, waarbij sprake is van ongeautoriseerde mededelingen aan het publiek. Geheel van dooropname dienst geviseerde personen vormt een “publiek”. Doorgifte originele uitzending vindt plaats op specifieke technische omstandigheden en op andere manier dan doorgifte door opnamedienst. Vermelde uitzendingen zijn verschillende mededelingen aan publiek, waardoor voor elke mededeling toestemming moet worden gegeven.
VCAST stelt aan haar gebruikers een systeem ter beschikking waarmee het mogelijk is om in de cloud vrij beschikbare, langs terrestrische weg uitgezonden programma’s van Italiaanse televisieomroepen, waaronder die van RTI op te nemen. De gebruiker kiest op de website van VCAST een uitzending uit het gehele aanbod van onder de dienst vallende televisiekanalen. Het VCAST systeem ontvangt vervolgens het televisiesignaal met behulp van haar eigen antennes en neemt het tijdvak van de gekozen uitzending op, waarbij die opname op door de gebruiker aangegeven gegevensopslagruimte wordt geplaatst. Deze ruimte wordt niet door VCAST, maar door onafhankelijke aanbieders geleverd. Vervolgens wordt de opname beschikbaar gesteld aan de gebruiker onder de voor de aanbieder van de opslagdienst bepaalde voorwaarden. De verwijzende rechter vraagt zich af of nationale wetgeving dat bovenstaande werkwijze toestaat in strijd is met het Unierecht.
Het Hof van Justitie EU overweegt dat in de onderhavige zaak de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verrichter van diensten de omroepuitzendingen opneemt en dat hij ze via internet ter beschikking van zijn klanten stelt. Het is volgens het HvJEU “duidelijk” dat het geheel van de door die dienstverrichter geviseerde personen een “publiek” vormt. De originele doorgifte door de omroeporganisatie enerzijds en de doorgifte door de verrichter van de diensten in het hoofdgeding gebeuren onder specifieke technische omstandigheden en op een andere manier. Ook is elk van de doorgiften op een eigen publiek gericht. De uitzendingen zijn dus verschillende mededelingen aan het publiek en de betrokken rechthebbenden moeten daarom voor elk van die uitzendingen hun toestemming geven. De betrokken dienst valt dus niet onder artikel 5(2) onder b) van de Auteursrechtrichtlijn.
Het Hof van Justitie EU beantwoordt de prejudiciële vragen gezamenlijk als volgt:
“Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbenden van de auteursrechten een online opnamedienst aan te bieden voor op het grondgebied van die lidstaat vrij beschikbare, langs terrestrische weg uitgezonden televisie-uitzendingen, wanneer de aanbieder van die dienst, en niet de gebruiker ervan, het terrestrisch uitgezonden signaal ontvangt aan de hand waarvan de opname wordt gemaakt.”
IEPT20171129, HvJEU, VCAST v RTI