Provisionele inbreukverboden afgewezen vanwege o.a. vernietiging octrooi in VK en Duitsland

Print this page 07-12-2017
IEPT20171205, Rb Den Haag, Icos v Teva, Sandoz en Mylan

(Met dank aan: Mark van Gardingen, Jan Pot en Julian Eck, Brinkhof en Marleen van den Horst en Jaap Bremer, BarentsKrans en en Ricardo Dijkstra, Vondst)

 

Provisionele verboden voor duur onderhavige kort gedingen afgewezen: in VK en Duitsland is octrooi nietig bevonden in bodemprocedures, belangen gedaagden wegen zwaarder dan die van Icos vanwege moeilijk te becijferen schade als octrooi alsnog nietig wordt verklaard. Hoofdzaken aangehouden totdat is beslist in parallelle nietigheidsprocedure tussen Teva en Icos: eventuele vernietiging octrooi van belang voor onderhavige zaken.  

 

OCTROOIRECHT

 

Drie procedures (Icos v Teva, Icos v Sandoz en Icos v Mylan). Icos vordert dat bij wege van een provisionele voorziening voor de duur van de onderhavige kort gedingen Teva, Sandoz en Mylan wordt verboden inbreuk te maken op haar octrooi EP 181. De provisionele verboden worden gevorderd vanwege de introductie door Teva, Sandoz en Mylan van de generieke tadalafil 5mg producten via een ‘launch at risk’ vanaf 14 november 2017.

 

De gevorderde provisionele verboden worden afgewezen. De voorzieningenrechter acht van doorslaggevend belang dat in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland waar generieke producenten van tadalafil ‘Clear the way’ procedures hebben gevoerd, het Engelse en Duitse deel van EP 181 nietig zijn bevonden wegens gebrek aan inventiviteit. In de Engelse procedure was dit vanwege WO 97/03675 (Daugan). Gelet op deze bodembeslissingen en het feit dat Daugan ook in de onderhavige procedures en de VRO-nietigheidsprocedure ten grondslag is gelegd aan de inventiviteitsaanval, kan ten minste worden getwijfeld over de geldigheid van het Nederlandse deel van het octrooi, zodat het opleggen van een provisioneel niet opportuun is.

 

Daarnaast wordt overwogen dat de belangen van Icos voorshands niet zwaarwegender zijn te achten dan die van gedaagden. Icos heeft niet gesteld dat sprake is van onherstelbare schade indien de provisionele vordering niet wordt toegewezen, terwijl gedaagden onweersproken hebben betoogd dat het voor hen moeilijk te becijferen zal zijn wat ieder voor zich aan winst zou hebben kunnen maken als het octrooi alsnog nietig wordt verklaard.

 

Iedere verdere beslissing in de hoofdzaken wordt aangehouden tot er is beslist in de parallelle nietigheidsprocedure tussen Teva en Icos. De uitslag in deze zaak is vanwege een eventuele vernietiging van het octrooi van belang te achten voor de onderhavige zaken.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:14319