Zimmer + Rohde geen belang meer bij aanhangig maken kort geding, veroordeeld in proceskosten

Print this page 11-01-2018
IEPT20171215, Rb Oost-Brabant, Zimmer Rohde v Artex

Zimmer + Rohde veroordeeld in de artikel 1019h Rv proceskosten € 6.618: geen belang bij het aanhangig maken van executie kort geding, omdat het vonnis van 3 januari 2014 (IEPT20140403) waar onderhavig verbodsvordering op ziet na 26 januari 2017 niet langer ten uitvoer kan worden gelegd.

 

PROCESRECHT

 

Partijen zijn verwikkeld (geweest) in diverse procedures in Duitsland, België en Nederland, die betrekking hebben op de vraag wie houder is van het ADO merk in de Benelux en aan welke partij de merkrechten zijn overgedragen. In Duitsland heeft het Landgericht Frankfurt bij beslissing van 8 januari 2014 alle vorderingen van Artex strekkende tot handhaving van IE-rechten op het merk ADO jegens Zimmer + Rohde afgewezen. Bij vonnis in kort geding van 3 april heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat in afwachting van definitief oordeel in Duitse bodemprocedure aannemelijk is dat Artex de exclusieve en langdurige (gebruiks)rechten op Gemeenschapsmerk ADO in Benelux toekomt. Voorts heeft de voorzieningenrechter Zimmer + Rohde verboden om ADO merken te voeren in Benelux totdat er een definitief oordeel in Duitse bodemprocedure is gegeven en om mededelingen aan klanten van Artex te doen over dat deze niet rechthebbende is op ADO merken of dat Zimmer + Rohde dat wel is. Bij beslissing van 8 oktober 2015 heeft het Oberlandesgericht Frankfurt am Main in hoger beroep eveneens alle vorderingen van Artex c.s. afgewezen en 
het incidenteel appel van Zimmer + Rohde c.s. toegewezen. Op 26 januari 2017 heeft het Bundesgerichtshof het verzoek, strekkende tot Revision van het arrest van het Oberlandesgericht, afgewezen.

 

Aanvankelijk vorderde Zimmer + Rohde te verbieden over te gaan tot executie van het kort geding vonnis van 3 april 2014. Artex c.s. heeft te kennen gegeven dat zij het vonnis van 3 april 2014 niet ten uitvoer zal leggen. Gelet hierop heeft Zimmer + Rohde c.s. haar eis verminderd en vordert thans de volledige proceskosten.

 

De voorzieningenrechter is van oordeel Zimmer + Rohde geen belang had bij het aanhangig maken van haar oorspronkelijke vordering omdat het vonnis van 3 april 2014 na 26 januari 2017 niet langer ten uitvoer kan worden gelegd. 


Met het definitief worden van het Duitse arrest van 8 oktober 2014, zijn de aan Zimmer + Rohde c.s. bij vonnis in kort geding van 3 april 2014 opgelegde verboden, van rechtswege komen te vervallen en het vonnis haar kracht heeft verloren. Zou Zimmer + Rohde haar oorspronkelijke vordering zou hebben gehandhaafd, de voorzieningenrechter deze zou hebben afgewezen en behoort Zimmer + Rohde als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. 

 

IEPT20171215, Rb Oost-Brabant, Zimmer Rohde v Artex

 

ECLI:NL:RBOBR:2017:6553