Alpro mag voorbehouden zuivelbenamingen gebruiken om aan te geven dat haar sojaproducten hier een alternatief voor zijn

Print this page 09-01-2018
IEPT20171219, Hof Den Bosch, NZO v Alpro

Op grond van HvJEU Tofu Town (IEPT20170614) mogen voorbehouden zuivelbenamingen niet worden gebruikt als benaming of aanduiding van zuiver plantaardige producten. Dit betekent niet dat het Alpro in het geheel niet is toegestaan deze benamingen te gebruiken voor haar sojaproducten: gebruik is immers alleen niet toegestaan als benaming of als aanduiding, bij gebruik “(plantaardige) variatie op yoghurt/yoghurtvariatie” is hier geen sprake van, ook “room” wordt niet als benaming of aanduiding gebruikt, hetzelfde geldt voor “melk”. Wel sprake van misleiding door wijze van presenteren van enkele sojaproducten: bij adverteren sojaproduct is indruk gewekt dat sprake is van (dierlijk) zuivelproduct, in advertentie voor ander sojaproduct is de suggestie gewekt dat het ging om melk.

 

VOORBEHOUDEN ZUIVELBENAMINGEN

 

Geschil over de vraag of Alpro met de door haar gebruikte verpakkingen van diverse sojaproducten en de wijze waarop zij deze producten aan de consument presenteert, handelt in strijd met een aantal bepalingen die met ingang van 1 januari 2014 zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en die tot 1 januari 2014 waren opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007 inzake het gebruik van specifieke benaming van melk- en zuivelproducten.

 

Het hof Den Haag overweegt dat het HvJEU in het Tofu Town-arrest heeft geoordeeld dat de bovengenoemde bepalingen zich ertegen verzetten dat de benaming “melk” en de door deze verordening uitsluitend aan zuivelproducten voorbehouden benamingen, worden gebruikt om bij de afzet of in reclame een zuiver plantaardig product aan te duiden, zelfs indien die benamingen worden vervolledigd door verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen die wijzen op de plantaardige oorsprong van het betrokken product. Op grond hiervan mag Alpro deze benamingen volgens het hof niet gebruiken als (verkoop)benaming van haar sojaproducten en mag zij deze voorbehouden zuivelbenamingen evenmin gebruiken om op enigerlei wijze haar producten aan te duiden. Daarbij maakt het niet uit of zij de voorbehouden benamingen gebruikt op de verpakkingen van haar producten of anderszins bij de afzet dan wel presentatie van die producten. 

 

Het Tofu Town-arrest brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat het Alpro in het geheel niet is toegestaan om op haar verpakkingen dan wel anderszins bij de presentatie van haar producten de benamingen “melk”, “yoghurt” en “room” (dan wel enige andere voorbehouden zuivelbenaming) op enigerlei wijze te gebruiken. Zulk gebruik is immers alleen niet toegestaan als benaming of als aanduiding van haar sojaproducten. Zo is hier bij de aanduidingen “(plantaardige) variatie op yoghurt” of “te gebruiken als kookroom”, geen sprake van.  

 

Wel oordeelt het hof dat sprake is geweest van misleiding door de wijze van presenteren van enkele sojaproducten. Zo is bij een van de sojaproducten onvoldoende duidelijk dat het een volledig plantaardig (soja)product betreft en niet een (dierlijk) zuivelproduct. Daarnaast is met de wijze van adverteren voor een sojadrank de suggestie gewekt dat het ging om melk.

 

Het hof acht de mogelijkheid dat vermogensschade geleden door NZO en haar leden en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure. Aangezien beide partijen zowel in eerste aanleg als in hoger beroep over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in beide instanties worden gecompenseerd in die zin dat ieder de partijen de eigen kosten draagt.

 

IEPT20171219, Hof Den Bosch, NZO v Alpro

 

ECLI:NL:GHSHE:2017:5731