Rb terecht zich onbevoegd verklaard m.b.t. verklaringen voor recht die zien op niet-Nederlandse delen EP 044: valt onder werkingssfeer artikel 7 sub 2 Brussel I bis Vo en plaats waar onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden niet in Nederland. Nederlandse rechter wel bevoegd inzake overige vorderingen: voldoende aanknopingspunten met Nederland, nu mag worden aangenomen dat ArcelorMittal Tata Steel zal betichten van inbreuk op EP 044 NL. Uitvindingsgedachte: het aanbrengen van de bekleding voordat de thermische behandeling voor het verkrijgen van de gewenste sterkte plaatsvindt, niet de in de conclusies vermelde samenstelling van het staal. Ondergrens van 0,0005 wt % uit EP 044 alleen gekozen om aan te sluiten bij gebruikelijke standaard en niet om beschermingsomvang octrooi te beperken. Staalplaat met 0,00044 wt % en 0,00006 wt % chroom of mangaan vormt inbreukmakend equivalent van staalplaat met 0,0005 wt % boorgehalte: gelijkwaardig element, uitvindingsgedachte niet gelegen in toepassing boor of in octrooi opgenomen gewichtspercentages, vervanging realiseert uitvindingsgedachte, geen strijd met rechtszekerheid. Rb heeft ten onrechte proceskostenveroordeling gehalveerd vanwege feit dat ArcelorMittal 2x zoveel uren heeft gemaakt als Tata Steel: aantal uren dat verliezende partij aan zaak heeft besteed geen goede maatstaf voor bepaling redelijkheid en evenredigheid uren wederpartij zeker niet als wederpartij is geconfronteerd met weinig concrete en daarom lastig te bestrijden vorderingen.
Hoger beroep tegen het vonnis van 20 juli 2016 (IEPT20160720), waarin de door Tata Steel gevorderde verklaringen voor recht van geen inbreuk zijn afgewezen.
Het hof overweegt allereerst dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard met betrekking tot de gevorderde negatieve verklaringen voor recht die zien op de niet-Nederlandse delen van EP 044. Een vordering tot verkrijging van een negatieve verklaring voor recht, die ertoe strekt het bestaan van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad te ontkennen valt namelijk volgens het Hof van Justitie EU (IEPT20121025) binnen de werkingssfeer van artikel 7 sub 2 Brussel I bis Vo en de plaats waarde onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden niet in Nederland. Met betrekking tot de overige gevorderde negatieve verklaringen voor recht acht het hof zich wel bevoegd.
Ten aanzien van de gevorderde negatieve verklaringen voor recht die zien op EP 044 NL wordt allereerst overwogen dat de uitvindingsgedachte het aanbrengen van de bekleding voordat de thermische behandeling voor het verkrijgen van de gewenste sterkte plaatsvindt is en niet de in de conclusies vermelde samenstelling van het staal. Verder wordt overwogen dat de ondergrens van 0,0005 wt % uit EP 044 alleen gekozen is om aan te sluiten bij de gebruikelijke standaard en niet om de beschermingsomvang octrooi te beperken. Een staalplaat met 0,00044 wt % en 0,00006 wt % chroom of mangaan vormt volgens het hof een inbreukmakend equivalent van 0,0005 wt % boorgehalte, waardoor de gevorderde negatieve verklaringen voor recht worden afgewezen.
Afsluitend oordeelt het hof dat de rechtbank de proceskostenveroordeling ten onrechte heeft gehalveerd in het licht van het verweer van Tata Steel dat ArcelorMittal tweemaal zoveel uren aan de zaak zou hebben besteed dan Tata Steels advocaten. Het aantal uren dat de verliezende partij zelf aan de zaak heeft besteed is namelijk geen goede maatstaf voor de bepaling van de redelijkheid en evenredigheid van de door diens wederpartij in rekening gebrachte uren, zeker niet in een geval als de onderhavige waar die wederpartij is geconfronteerd met weinig concrete en daardoor lastig te bestrijden vorderingen.
IEPT20171219, Hof Den Haag, Tata Steel v ArcelorMittal