Niet-ontvankelijkheidsincident en vrijwaringsincident afgewezen

30-01-2018 Print this page
IEPT20180117, Rb Den Haag, Flavourz

Op misbruik van recht gebaseerde incidentele vordering strekkende tot verklaring van niet-ontvankelijkheid van eiser in hoofzaak verworpen: vordering gemotiveerd bestreden, hierover dient in hoofdzaak te worden beslist. Ook oproeping [X] in vrijwaring afgewezen: bestaan rechtsverhouding op grond waarvan [X] verplicht is nadelige gevolgen hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen onvoldoende onderbouwd.

 

PROCESRECHT

 

Vorderingen in incident. De eerste vordering strekt ertoe dat eiser in de hoofdzaak aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vorderingen nu eiser misbruik van recht maakt door de hoofdzaak door te zetten ondanks het feit dat zij inmiddels de door hemzelf opgestelde onthoudingsverklaring hebben ondertekend. De tweede vordering strekt ertoe de heer [X] in vrijwaring op te roepen. Beide vorderingen worden afgewezen.

 

De rechtbank stelt vast dat de eerste vordering in wezen een vooruitgeschoven verweer in de hoofdzaak betreft, die door eiser gemotiveerd is bestreden. Zo heeft eiser aangevoerd dat de onthoudingsverklaring lang na zijn sommatie, pas nadat nieuwe inbreuken waren geconstateerd en ook pas na het uitbrengen van de dagvaarding is afgelegd dat gedaagde niet is overgegaan tot het doen van opgave. Nu bovendien vooralsnog uit niets blijkt dat eiser op enigerlei wijze het vertrouwen heeft gewekt dat deze procedure in de gegeven omstandigheden niet zou worden aangebracht, kan het beroep op misbruik van recht volgens de rechtbank niet dadelijk, zonder nader onderzoek, leiden tot niet-ontvankelijkheid of afwijzing van de vorderingen van eiser. Op dit verweer dient naar het oordeel van de rechtbank in de hoofdzaak te worden beslist.

 

Ook de oproeping van [X] in vrijwaring wordt afgewezen nu het bestaan van een rechtsverhouding op grond waarvan [X] verplicht is de nadelige gevolgen hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat gedaagden er volgens hun eigen stellingen bepaald niet zeker van zijn dat de door eiser gewraakte kleding afkomstig is van [X].

 

IEPT20180117, Rb Den Haag, Flavourz

 

ECLI:NL:RBDHA:2018:489