Voorshands oordeel dat inbreukmakende Amaryllisbollen verder zijn geteeld en verkocht

Print this page 14-11-2019
IEPT20180213, Hof Den Haag, Amaryllis
(Met dank aan Tjeerd Overdijk, Vondst advocaten)

Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over ontvankelijkheid beroep [X B.V.] tegen [Y CV]. Bloembol kan worden aangemerkt als teeltmateriaal in de zin van artikel 57(1) ZPW. Bloembol kan worden aangemerkt als component in de zin van artikel 13(2) GKwV. Dat bollen zijn gerooid maakt niet dat zij status van teeltmateriaal of componenten verliezen: geen beperking tot ongerooid materiaal, meer restrictieve regime voor geoogst materiaal ziet in casu niet op bollen maar op snijbloemen. Voorshands oordeel dat [Y VOF] de van [naam 1] overgenomen bollen van beschermde rassen verder heeft geteeld en heeft verkocht. Niet bewezen dat [naam 3] licentiegelden heeft betaald voor de teelt- en verkoopactiviteiten van [Y].

 

PROCESRECHT - KWEKERSRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2016 (IEPT20160706), waarin werd geoordeeld dat niet was bewezen dat [Y VOF] nog op percelen van [naam 1] aanwezig plantgoed heeft vermeerderd of verkocht. Bloembollen zouden niet aan te merken zijn als teeltmateriaal en ook als het tegendeel waar zou zijn zou geen sprake zijn van inbreuk, omdat [Y VOF.] geen teeltmateriaal heeft voortgebracht of vermeerderd omdat de bloemen al in de grond stonden toen zij de teelt overnam.

 

Het hof oordeelt dat een bloembol kan worden aangemerkt als teeltmateriaal in de zin van artikel 57(1) ZPW en als component in de zin van artikel 13(2) GKwV. Er wordt voorshands geoordeeld dat [Y VOF] de van [naam 1] overgenomen bollen van beschermde rassen verder heeft geteeld en heeft verkocht.

 

De IEPT-versie volgt.

 

(kopie origineel vonnis)