Bestuurder en feitelijk beleidsbepaler kunnen medegedaagde vennootschappen en elkaar in vrijwaring oproepen
30-03-2018 Print this page
Bestuurder en feitelijk beleidsbepaler van medegedaagde vennootschappen kunnen die vennootschappen en elkaar in vrijwaring oproepen in hoofzaak waarin hoofdelijke veroordeling is gevorderd: geen aanleiding om voor het oproepen in vrijwaring van medegedaagden een andere maatstaf te hanteren.
Vrijwaringsincident. [Gedaagde sub 16] en [gedaagde sub 15] zijn (indirect) bestuurder en/of feitelijk beleidsbepaler van gedaagden sub 7 t/m 14. [Gedaagde sub 15] en [gedaagde sub 16] vorderen in dit incident dat hen wordt toegestaan gedaagden 1 t/m 14 in vrijwaring op te roepen. Aan deze vordering leggen zij ten grondslag dat zij bij een voor hen veroordelend vonnis mogelijk een (regres)vordering hebben op gedaagden 1 t/m 14.
De rechtbank overweegt dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, en dat er geen aanleiding is om voor het oproepen in vrijwaring van medegedaagden, zoals hier aan de orde, een andere maatstaf te hanteren.
De rechtbank acht de gevorderde vrijwaringen met betrekking tot gedaagden 7 t/m 14, waarin in de hoofdzaak hoofdelijke veroordeling is gevorderd, toewijsbaar. Aan [gedaagde sub 15] en [gedaagde sub 16] wordt eveneens worden toegestaan om elkaar in vrijwaring op te roepen nu het volgens de rechtbank aannemelijk is dat zij er belang bij hebben om bij een veroordelend vonnis in de hoofdzaak, tegelijkertijd duidelijkheid te verkrijgen omtrent hun onderlinge aansprakelijkheid. Ten aanzien van gedaagden 1 t/m 6 wordt de vordering tot oproeping in vrijwaring afgewezen. De grondslag voor de vrijwaring van deze partijen stoelen [gedaagde sub 15] en [gedaagde sub 16] eveneens op (een vermeend) gevorderde hoofdelijke veroordeling met betrekking tot ‘alle gedaagden’, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank berust op een onjuiste lezing van het petitum.
IEPT20180314, Rb Den Haag, Hennessy