Bekrachtigd dat octrooi voor 'a ready-to-use urinary catheter assembly’ niet inventief is

28-03-2018 Print this page
IEPT20180327, Hof Den Haag, Coloplast v Medical4You
(Met dank aan Marijn van der Wal en Paul Reeskamp, DLA Piper)

Octrooi EP 729 voor ‘a ready-to-use urinary catheter assembly’ niet inventief t.o.v. de LoFric katheter of Rødsten-publicatie: nat verpakken in niet-gasdoorlatende verpakking lag naar oordeel hof op relevante prioriteitsdatum voor de hand en vakman zou zich vervolgens realiseren dat voor nat houden kathetersamenstel verdere maatregelen nodig zijn en uitkomen op gebruik van niet-gasdoorlatend materiaal. Geen sprake van ‘partial problems’ benadering. Hof wijkt af van oordeel TKB over geldigheid EP 729: in die procedure beroepen partijen zich op andere prior art.

 

OCTROOIRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 januari 2017 (IEPT20170104), waarin de rechtbank conclusie 1 en volgconclusies 2-6 en 11 van EP 729 voor ‘a ready-to-use urinary catheter assembly’ vernietigde. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Volgens Medical4You is het octrooi niet over de gehele breedte nawerkbaar geopenbaard en derhalve nietig, maar het hof laat dit in het midden, omdat het hof van oordeel is dat het octrooi niet inventief is. Partijen zijn het erover eens dat de LoFric katheter of Rødsten-publicatie (de PCT-aanvrage WO 96/30277) als meest nabije stand van de techniek moeten worden aangemerkt. Het verschil tussen de nat-verpakte katheter volgens het octrooi en de LoFric katheter is de aanwezigheid vaneen aantal deelkenmerken, welke inhouden dat de katheter volgens het octrooi nat is verpakt in een niet-gasdoorlatende verpakking van een aluminium bevattende meerlaagse thermoplastische film. Het technisch effect van die verschilmaatregelen is dat de katheter reeds bij verpakking is geactiveerd met steriel zwelmedium en dat deze ‘klaar-voor-gebruik’ status gedurende de volledige houdbaarheidstermijn van ten minste 3 jaar behouden blijft. Het objectieve technische probleem kan daarom worden geformuleerd als ‘het verhogen van het gebruiksgemak op iedere locatie voor gebruikers van een urinekathetersamenstel met een hydrofiel gecoate urinekatheter’.

 

De in het octrooi geboden oplossing van het nat verpakken in een niet-gasdoorlatende verpakking lag naar het oordeel van het hof op de relevante prioriteitsdatum voor de hand. Het was voor de gemiddelde vakman, uitgaande van de LoFric katheter of Rødsten aanstonds duidelijk dat daaraan het bezwaar kleeft dat niet altijd geschikt zwelmedium voorhanden is en dat het zwelmedium voor gebruik door een kleine opening in de verpakking moet worden gebracht. De oplossing van deelkenmerk 5, het natverpakken van het kathetersamenstel, zodat geen zwelmedium aan de verpakking hoeft te worden toegevoegd, lag op de prioriteitsdatum binnen het bereik van de gemiddelde vakman. Deze oplossing is in essentie door gebruikers en distributeurs aan Coloplast gesuggereerd doordat werd gevraagd naar ‘a kit or set type product which would have water with it’. Coloplast kan niet worden gevolgd in haar stelling dat het nat verpakken een inventieve maatregel zou zijn, omdat sprake is van een ‘pointer away’.

 

De gemiddelde vakman zal zich realiseren dat voor het nat houden van het kathetersamenstel verdere maatregelen nodig zijn, omdat de uit de stand van de techniek bekende verpakking gasdoorlatend is, zodat waterdamp kan ontsnappen en de katheter kan uitdrogen. Daarom zal voor de vakman naar het oordeel van het hof – zodra de voor de hand liggende stap van het nat verpakken van een kathetersamenstel is genomen – het gebruik van niet-gasdoorlatend materiaal voor het verpakken ervan ter voorkoming van uitdroging, ook een voor de hand liggende stap zijn. De vakman zou vervolgens bijvoorbeeld het Medical Device Packaging Handbook raadplegen en een oplossing voor zijn probleem vinden in het gebruik van aluminium voor het verpakken van natte producten.

 

Er is volgens het hof geen sprake van een ‘partial problem’ benadering, waarin sprake is van verschillende problemen die door verschillende deelkenmerken worden opgelost. Beide maatregelen dragen gezamenlijk bij aan de oplossing van het zelfde. Dit betekent echter niet dat deze maatregelen tegelijkertijd moeten worden bedacht en – omdat een enkele pointer naar een dergelijke combinatie van maatregelen ontbreekt in de stand van de techniek – de oplossing daarmee inventief moet worden geacht. De eerste deelmaatregel is voor de gemiddelde vakman voor de hand liggend en de tweede deelmaatregel (niet-gasdoorlatende verpakking) vloeit daaruit vervolgens voort c.q. wordt ingegeven of noodzakelijk door toepassing van de eerste maatregel (het nat verpakken).

 

Het hof wijkt met zijn oordeel af van het oordeel van de TKB. Partijen beriepen zich in die procedure op andere prior art. Het hof concludeert dat conclusie 1 en de afhankelijke volgconclusies 2 t/m 6 en 11 van het octrooi, zoals deze thans luiden volgens het derde hulpverzoek, niet inventief zijn.

 

IEPT20180327, Hof Den Haag, Coloplast v Medical4You

 

ECLI:NL:GHDHA:2018:513