Uitzending Belbus over matrassen-ondernemer niet onrechtmatig

01-05-2018 Print this page
IEPT20180411, Rb Midden-Nederland, BNN-VARA
(Met dank aan Jacqueline Schaap, Visser Schaap & Kreijger)

Uitzending BNN-VARA Kassa’s Belbus niet onrechtmatig jegens A, afweging belangen valt in het voordeel van BNN-VARA uit: het getoonde beeld van aangifte van internetoplichting jegens A is feitelijk juist, met het door middel van kunstgrepen geschikt voor uitzending maken van het item, wordt niet bewust het beeld van A als oplichter gecreëerd,  A voldoende gelegenheid tot wederhoor geboden en dat A aanzienlijke zakelijke geschillen heeft, weegt mee in de beoordeling.

 

PUBLICATIE

 

Eiser A. verkoopt onder andere matrassen. Mevrouw G. heeft in juli 2014 een matras bij hem gekocht en aanbetaald. Wanneer Mevrouw G. in december 2014 bericht van A. krijgt dat de levering van de matras uitgesteld is tot januari verzoekt zij hem de koop te annuleren. Hij zegt toe het geld terug te storten, maar dit gebeurt niet. Ten langen leste doet mevrouw aangifte en schakelt De Belbus van het consumentenprogramma Kassa van BNN-VARA in. Nadat BNN-VARA A. heeft gebeld met de mededeling dat zij langskomen om een item op te nemen bij A thuis, heeft A. direct het het geld plus een bedrag ter compensatie overgemaakt. Op 11 april 2015 wordt er in het item De Belbus aandacht besteed aan A en zijn bedrijf, naar aanleiding van de klacht van G.

 

Volgens A. is de uitzending onrechtmatig omdat de rechtvaardigingsgrond ontbreekt en de uitzending een tentieus en suggestief karakter heeft. De kijker wordt het beeld voorgehouden dat A. een oplichter is, terwijl A bovendien geen mogelijkheid tot weerwoord is geboden.

Een afweging van alle in ter zake dienende omstandigheden valt naar het oordeel van de kantonrechter in het voordeel van het belang van BNN-VARA uit om als omroeporganisatie gebruik te kunnen maken van de haar toekomende persvrijheid en om in dat kader door het uitzenden van het item in het programma Kassa van 11 april 2015 invulling te kunnen geven aan een consumentenprogramma.

 

Het beeld van A. als oplichter wordt volgens A. neergezet doordat in het item in beeld wordt gebracht dat een persoon aangifte doet, waarbij de internetpagina van de politie getoond wordt en de knop ‘internetoplichting’ wordt aangeklikt. A. gaat volgens de kantonrechter volledig voorbij aan het feit dat G. op deze manier aangifte heeft gedaan jegens A en (zoals blijkt uit reacties na de uitzending), vele met haar. Ook het feit dat BNN-VARA na betaling van A door middel van kunstgrepen (de verslaggever vertelt aan G. dat A. het geld heeft overgemaakt, terwijl G. dat al wist), maakt de uitzending niet onrechtmatig, omdat niet bewust het beeld wordt gecreëerd dat A. een oplichter is.

 

Volgens A is zijn weerwoord veel uitgebreider geweest dan BNN-VARA heeft uitgezonden, maar volgens de kantonrechter is het goed verdedigbaar dat materiaal buiten de uitzending wordt gelaten aangezien het item zeer beperkt in tijd is. Hier komt bij dat BNN-VARA A nadrukkelijk de gelegenheid heeft geboden om later op camera weerwoord te geven, dat A in zijn woning heeft meegedeeld daar op grond van gezondheidsklachten geen gebruik van te maken. Gelet op de omstandigheid dat het item zeer beperkt in tijd is, is het goed verdedigbaar dat veel materiaal uiteindelijk buiten de uitzending wordt gelaten. Dat BNN-VARA in die keuze onzorgvuldig gehandeld heeft, is niet aannemelijk geworden. Daarbij komt dat BNN-VARA A nadrukkelijk de gelegenheid heeft geboden om later op camera weerwoord te geven, maar dat A in zijn woning heeft meegedeeld daar op grond van gezondheidsklachten geen gebruik van te maken.

 

De kantonrechter stipt bij de beoordeling eveneens aan dat uit een latere uitzending van TROS opgelicht blijkt dat A veel klachten van klanten te maken heeft, maar ook aanzienlijke zakelijke geschillen heeft met onder andere investeerders uit de latere uitzending van Tros Opgelicht van 20 oktober 2015 over A onmiskenbaar een beeld naar voren komt van een ondernemer die niet alleen met vele klachten van klanten te maken heeft, maar ook aanzienlijke zakelijke geschillen heeft met investeerders, met verhuurders en met een leverancier van materiaal voor de buitenkant van matrassen.

 

IEPT20180411, Rb Midden-Nederland, BNN-VARA

 

(Kopie originele vonnis)