Geen herstel van octrooi waarvan NL vertaling gewijzigde conclusies na oppositie te laat is ingediend

03-05-2018 Print this page
IEPT20180416, Rb Den Haag, BPW v Octrooicentrum Nederland

Geen herstel van werking octrooi 2355988 in Nederland waarvan termijn voor indienen vertaling van na oppositie gewijzigde conclusies in Nederland onbenut is gebleven: eiseres wist reeds op 27 juni 2016 dat termijn niet was gehaald, zodat hersteltermijn van 2 maanden ex artikel 23(3) ROW 1995 op 26 september 2016 is verstreken.

 

OCTROOIRECHT

 

Het Europees octrooi met nr. 2355988 van eiseres wordt geacht niet in Nederland de in artikel 49 van de Rijksoctrooiwet 1995 (hierna: Row 1995) bedoelde rechtsgevolgen te hebben gehad, omdat de termijn van 27 juli 2016 voor het indienen van de vertaling van de na oppositie gewijzigde conclusies in Nederland onbenut is verstreken. Eiseres heeft op 20 oktober 2016 verzocht om herstel. Octrooicentrum Nederland wees het verzoek af en het bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank acht het beroep ongegrond. Gelet op de wetgschiedenis van artikel 23(3) is bij de term “de datum waarop de oorzaak van het niet in acht nemen van de termijn voor het verrichten van de desbetreffende handeling is weggenomen” uit deze bepaling aansluiting gezocht bij het EOV. Uit verscheidene beslissingen van het EOB blijkt dat het EOB de woorden ‘within two month of the removal of the cause of non-compliance’ uitlegt als ‘binnen twee maanden vanaf de datum waarop degene die verantwoordelijk is voor het octrooi of de octrooiaanvraag wist of had kunnen begrijpen dat een termijn niet is gehaald’. Eiseres wist reeds op 27 juli 2016 dat de termijn voor het indienen van de vertaling niet was gehaald, zodat de in artikel 23(3) ROW 1995 bedoelde termijn van twee maanden op 28 september 2016 is verstreken.

 

IEPT20180416, Rb Den Haag, BPW v Octrooicentrum Nederland

 

ECLI:NL:RBDHA:2018:4842