Inbreuk op octrooi voor “inktjet printhead”

03-05-2018 Print this page
IEPT20180425, Rb Den Haag, HP v Benson

EP 360 voor “Inktjet printhead” geldig. geen toegevoegde materie door in conclusie 1 op te nemen dat printerkop is voorzien van meerdere groepen druppelgeneratoren, maar niet verbindingen tussen deze (sub)groepen mee te claimen: vakman begrijpt dat afzonderlijke druppelgeneratoren signalen moeten kunnen ontvangen en daarvoor is per definitie een verbinding nodig, waardoor dit impliciet is voor conclusie 1. Onvoldoende onderbouwd dat weglaten van deze details (voor zover deze niet impliciet zouden zijn) toegevoegde materie oplevert. Deelkenmerk dat het paar vrijgeefcontacten de enige vrijgeefcontacten zijn geen toegevoegde materie: geen nieuwe informatie, aangezien het gaat om duidelijk als zodanig in aanvrage omschreven voorkeursuitvoeringsvorm. EP 360 nieuw ten opzichte van WO 523: WO 523 openbaart niet de “kruislingse”  aansturing van de druppelgeneratoren uit deelkenmerken 7, 8, 11 en 12. EP 360 inventief t.o.v. US 342: vanuit US 342 op te lossen probleem is het verbeteren van aansturing druppelgeneratoren en er zijn geen aanwijzingen in de stand van techniek om het probleem op te lossen op in octrooi neergelegde wijze. Benson cartridges HP 21 XL Black, HP 22 XL Color, HP 27 Black en HP 57 Color voldoen aan kenmerken conclusie 1 EP 360: HP heeft onbestreden gesteld dat deelkenmerk 3 mogelijkheid open laat dat ook andere componenten zoals losse druppelgeneratoren op de chip aanwezig zijn, onder deze onbestreden uitleg voldoen geanalyseerde cartridges aan alle conclusiekenmerken. Alle door HP genoemde cartridges vallen onder beschermingsomvang conclusie 1 EP 360: inbreuk op niet door HP geanalyseerde cartridges niet als zodanig betwist, als geanalyseerde buitenlandse cartridges al dan niet op printhoofden afkomstig van dezelfde fabrikant als Benson cartridges zien, vormen onderzoeken in elk geval bewijs dat cartridges geschikt zijn voor daarbij horende printer.

 

OCTROOIRECHT

 

HP is houdster van het Nederlandse deel van octrooi EP 1 330 360 (hierna: “EP 360”) voor een “Inktjet printhead”. Benson maakt volgens HP met een aantal cartridges inbreuk op het octrooi. Benson stelt dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie, gebrek aan nieuwheid en gebrek aan inventiviteit. Zie ook een eerdere procedure tussen partijen over EP 669: IEPT20161130, Rb Den Haag, HP v Benson.

 

De rechtbank oordeelt dat EP 360 geldig is. Er is geen sprake van toegevoegde materie. Dat HP ten opzichte van de aanvrage in conclusie 1 heeft opgenomen dat de printkop is voorzien van meerdere groepen druppelgeneratoren, maar niet de verbindingen tussen deze (sub)groepen heeft meegeclaimd, terwijl dat wel in de passages waarop deze deelkenmerken zijn gebaseerd was opgenomen leidt niet tot toegevoegde materie. De vakman die conclusie 1 leest in het licht van de octrooibeschrijving begrijpt dat de afzonderlijke druppelgeneratoren van de geclaimde printerkop signalen moeten kunnen ontvangen zodat ze een inktdruppel kunnen uitstoten. Voor ontvangst van signalen in een printkop is per definitie een verbinding nodig en dit is daarom een impliciet in conclusie 1. Benson heeft onvoldoende onderbouwd dat de weglating van deze details (voor zover die niet impliciet zijn aan conclusie 1) toegevoegde materie oplevert. Ook het deelkenmerk dat het paar vrijgeefcontact en de enige vrijgeefcontacten zijn betreft geen toegevoegde materie, omdat dit geen nieuwe informatie oplevert. Het gaat namelijk om een duidelijk als zodanig in de aanvrage omschreven voorkeursuitvoeringsvorm.

 

EP 360 is volgens de rechtbank nieuw ten opzichte van WO 523, omdat WO 523 niet de “kruislingse” aansturing van de druppelgeneratoren uit deelkenmerken 7, 8, 11 en 12 openbaart. Verder wordt geoordeeld dat het octrooi inventief is ten opzichte van US 342. Het vanuit dit octrooi op te lossen probleem is het verbeteren van de aansturing van druppelgeneratoren (en niet zoals Benson stelt het vinden van een alternatief). Er zijn geen aanwijzingen in de stand van de techniek om het probleem op te lossen op de in het octrooi neergelegde wijze.

 

Benson cartridges HP 21 XL Black, HP 22 XL Color, HP 27 Black en HP 57 Color voldoen naar het oordeel van de rechtbank aan de kenmerken van conclusie 1 van EP 360, ondanks dat geanalyseerde cartridges losse druppelgeneratoren hebben. HP heeft namelijk onbestreden gesteld dat deelkenmerk 3 de mogelijkheid open laat dat ook andere componenten zoals losse druppelgeneratoren op de chip aanwezig zijn en onder deze onbestreden uitleg voldoen de geanalyseerde cartridges aan alle conclusiekenmerken. Ook wordt geoordeeld dat alle door HP genoemde cartridges onder de beschermingsomvang van conclusie 1 vallen. Benson heeft gesteld dat een aantal cartridges niet zijn geanalyseerd, maar heeft de inbreuk als zodanig niet betwist. Voor zover de geanalyseerde buitenlandse cartridges al dan niet op printhoofden afkomstig van dezelfde fabrikant als de Benson cartridges zien, vormen de onderzoeken in elk geval concreet bewijs dat cartridges van dat type geschikt zijn voor de daarbij horende printer en dat deze dus met de van die printer komende signalen op de juiste manier om weten te gaan.

 

IEPT20180425, Rb Den Haag, HP v Benson

 

ECLI:NL:RBDHA:2018:4810