Niet vermelden eiswijziging in kop MvG leidt niet tot gevolg dat wijziging buiten beschouwing moet blijven
08-05-2018 Print this pageNiet vermelden van eiswijziging in kop van memorie van grieven leidt niet tot gevolg dat wijziging buiten beschouwing moet blijven. Handelingen die door geïntimeerde zijn verricht voor plaatsen foto op websites Prefab en DSN vallen onder één auteursrechtinbreuk: ook niet relevant of handelingen al dan niet door zelfde persoon zijn verricht. Hof past op schadevergoeding korting van 50% toe in plaats van korting van 60% volgens tarievenlijst Foto Anoniem: foto was op tweede niveau geplaatst, niet op derde niveau. Geen afzonderlijke vergoeding voor hyperlinks naar sites van Prefab en DSN: geen nieuw publiek en geen winstoogmerk bij bekijken foto’s als zodanig of verwijzen van zoveel mogelijk bezoekers naar websites Prefab en DSN. Buitengerechtelijke incassokosten terecht afgewezen: slechts 3% van buitenrechtelijk gevorderde € 5.437,74 toegewezen, waardoor buitengerechtelijke werkzaamheden niet de redelijkheidstoets doorstaan.
Hoger beroep tegen de vonnissen van de kantonrechter van 17 maart 2015 en 1 maart 2016. Het vonnis van 1 maart 2016 wordt bekrachtigd, het beroep tegen het comparitievonnis uit 2015 is niet-ontvankelijk.
Het hof overweegt allereerst dat het niet vermelden van de eiswijziging in de kop van de memorie van grieven niet leidt tot het gevolg dat de wijziging buiten beschouwing moet blijven. Hierbij wordt aangehaald dat de appellerende partij volgens artikel 130(1) Rv jo. 353(1) Rv zijn eis mag wijzigen. Dit moet volgens de “in beginsel strakke regel” niet later plaatsvinden dan in de memorie van grieven. De eisverandering mag niet in strijd komen met de eisen van de goede procesorde, maar dat is volgens het hof niet het geval en ook niet aangevoerd door appellant. Het rolreglement bepaalt in artikel 2.10 dat een eiswijziging in de kop van het betreffende processtuk dan wel in het bijgevoegde H-formulier moet staan aangegeven. Deze verplichting heeft alles te maken met de in het vervolg van dit artikel opgenomen mogelijkheid - en bijbehorend tijdschema - om tegen de eiswijzing bezwaar te maken en daarop een afzonderlijke, eerdere, beslissing te verkrijgen omtrent de toelaatbaarheid van de wijziging van eis. Het LPR bevat op dit punt geen nadere inperking van het in de vorige rechtsoverweging geschetste wettelijk kader en het niet voldoen aan artikel 2.10 LPR heeft dan ook niet tot gevolg dat de wijziging van eis buiten beschouwing zou moeten blijven.
Appellant heeft gesteld dat de afzonderlijke handelingen van geïntimeerden die zijn verricht voor het plaatsen van de foto op de websites van Prefab en DSN als afzonderlijke inbreuken moeten worden gezien. Het hof gaat hier niet in mee en is van oordeel dat sprake is van één inbreuk. Het is ook niet relevant of de handelingen al dan net door dezelfde persoon zijn verricht. De kantonrechter had een korting op de schadevergoeding toegepast van 60%, zoals is aangegeven in de tarievenlijst van Foto Anoniem, aangezien de foto op het derde niveau van de website zou zijn geplaatst. Het hof is van oordeel dat de foto op het tweede niveau is geplaatst en past daarom een korting van 50% toe. Het hof komt bij toepassing van de tarievenlijst 2015 dan uit op een bedrag van €139, dat lager is dan het bedrag dat de kantonrechter heeft berekend, omdat de kantonrechter de korting van 60% rekenkundig onjuist heeft berekend. Met toepassing van de 2013 tarievenlijst komt het hof uit op € 134. De grieven missen doel, omdat ze niet leiden tot een hoger bedrag. Aangezien appellant ook niet slechter mag worden van zijn hoger beroep en geïntimeerde niet incidenteel heeft geappelleerd, gaat het hof niet alsnog uit van de 2013 tarievenlijst, die mogelijk van toepassing is in plaats van de door de kantonrechter toegepaste 2015 tarievenlijst.
Het hof volgt appellant ook niet in zijn grief dat een geïntimeerde een afzonderlijke vergoeding zou moeten betalen voor de link die op de site van geïntimeerde aanwezig was naar de sites van Prefab en DSN, omdat geen sprake is van een nieuw publiek en er geen winstoogmerk geldt bij het bekijken van de foto’s als zodanig of het verwijzen van zoveel mogelijk bezoekers naar de websites van Prefab en DSN. De buitengerechtelijke incassokosten van € 357 zijn terecht afgewezen, aangezien het toegewezen bedrag slechts 3% betreft van het buitengerechtelijk gevorderde bedrag van €5.437,74, waardoor de kosten niet de door de wet gestelde redelijkheidstoets doorstaan.
IEPT20180501, Hof Arnhem-Leeuwarden, Demalux Dakkapellen