Hof heeft miskend dat niet alleen het invoeren, maar ook het in stand houden van onrechtmatige wetgeving een onrechtmatige daad vormt

07-05-2018 Print this page
IEPT20180504, HR, Telegraaf v De Staat

HR vernietigt arrest van hof Den Haag van 27 september 2016. De korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is niet op een later tijdstip is gaan lopen omdat Telegraaf pas na het Football Dataco-arrest voldoende zekerheid had dat de schade veroorzaakt was door onrechtmatig handelen door de Staat: het kunnen profiteren van een later bekend geworden inzicht met betrekking tot de juridische situatie ten tijde van het ontstaan van de schade terwijl de aansprakelijke zijn gedrag heeft gericht naar de toen geldende inzichten, zou in strijd zijn met de bescherming die de korte verjaringstermijn beoogt te bieden. De vordering tot vergoeding van schade die Telegraaf heeft geleden door de onjuiste implementatie, is niet verjaard voor zover het betreft de periode van vijf jaar voorafgaand aan aansprakelijkstelling van 21 september 2012: hof heeft miskend dat niet alleen het invoeren, maar ook het in stand houden van onrechtmatige wetgeving een onrechtmatige daad vormt.

 

IE-HANDHAVING

 

Zie voor de feiten en de procedure bij de rechtbank en het hof, IEPT20150610, Rb Den Haag, Telegraaf v De Staat  en IEPT20160927, Hof, Den Haag, Telegraaf v De Staat

Onderdeel 1 van het middel keert zich tegen de verwerping door het hof in rov. 4.7-4.9 van het betoog van Telegraaf dat zij pas na het Football Dataco-arrest voldoende zekerheid had dat de schade (mede) is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van de Staat. Telegraaf heeft aan dit betoog ten grondslag gelegd dat, gelet op de opvatting van de wetgever dat de onpersoonlijke geschriftenbescherming was toegestaan, en de constante rechtspraak die dat onderschreef, niet kon worden verwacht dat zij zou proberen een vordering terzake geldend te maken, omdat kans van slagen toch nul zou zijn. Het onderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat voor het gaan lopen van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is vereist dat de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon.  Naar het oordeel van de Hoge Raad is hier geen sprake van een onjuiste zienswijze van het hof en is deze klacht ongegrond. Het is namelijk in strijd met de bescherming die de korte verjaringstermijn beoogt te bieden wanneer de benadeelde zonder hinder van die termijn zou kunnen profiteren van een eerst veel later bekend geworden inzicht met betrekking tot de juridische situatie ten tijde van het ontstaan van de schade, terwijl de aansprakelijke zijn gedrag heeft gericht naar de toen geldende inzichten.

 

De klacht dat het hof heeft miskend dat niet alleen het invoeren, maar ook het in stand houden van onrechtmatige wetgeving een onrechtmatige daad vormt, is wel gegrond. Op de Staat rust de plicht om Europese richtlijnen juist te implementeren (art. 4 lid 3 VEU en art. 288 derde volzin VWEU). Het nalaten daarvan is onrechtmatig. Dit omvat mede het na een onjuiste implementatie van een richtlijn niet alsnog juist implementeren daarvan. Zolang geen juiste implementatie plaatsvindt, levert dit iedere dag een zelfstandige onrechtmatige daad van de Staat op, hetgeen meebrengt dat daarop gegronde vorderingen afzonderlijk verjaren. De vordering tot vergoeding van schade die Telegraaf heeft geleden door de onjuiste implementatie, is dus niet verjaard voor zover het betreft de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aansprakelijkstelling van 21 september 2012.

 

De andere klachten, die niet zijn besproken kunnen tot cassatie leiden.

 

IEPT20180504, HR, Telegraaf v De Staat

 

ECLI:NL:HR:2018:677