Hof: dwangsommen uit hoofde van een dagboek-moeder-Vaatstra-arrest niet verjaard
21-06-2018 Print this page
Dwangsommen uit hoofde van het arrest 17 maart 2015 (IEPT20150317) niet verjaard: uit sommatiebrief van 4 mei 2015 strekkende dat geïntimeerde dwangsommen verbeurt blijkt voldoende duidelijk dat deze sommatie tevens betrekking heeft op de nieuwe veroordelingen die het hof in het arrest van 17 maart 2015 op straffe van verbeurte van dwangsommen heeft uitgesproken. Proceskosten berekend op de voet van artikel 1019h Rv: deze zaak ziet - ook in zoverre het gaat om dwangsommen - op de handhaving van een auteursrechtelijk werk.
Hoger beroep tegen IEPT20160824 (Rb Noord-Holland, Dagboek moeder Vaatstra) waarin de rechtbank (onder andere) oordeelde dat de dwangsommen uit hoofde van arrest 17 maart 2015 (IEPT20150317) waren verjaard omdat de dwangsommen niet waren gestuit.
In het principaal hoger beroep slaagt alleen de grief van appellante strekkende tot betoog dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verbeurde dwangsommen uit hoofde van het arrest van 17 maart 2015 alle zijn verjaard. In het arrest van 17 maart 2015 is geïntimeerde veroordeeld om alle gedrukte exemplaren van het boek te doen vernietigen. Op 23 maart is dit arrest aan geïntimeerde betekend. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat geïntimeerde zich onvoldoende heeft ingespannen om de boeken terug te halen en heeft daarmee dwangsommen verbeurd. De dwangsommen waren nog niet verjaard. Op 4 mei 2015 heeft de advocaat van appellante aan de advocaat van geïntimeerde een brief gestuurd betreffende een sommatie tot betaling van de dwangsommen uit hoofde van het vonnis van 18 december 2013, alsmede de mededeling dat geïntimeerde opnieuw dwangsommen aan het verbeuren is op grond van de veroordeling van dit hof tot vernietiging van alle bestaande boeken. Deze mededeling moet worden aangemerkt als een voldoende duidelijke waarschuwing dat geïntimeerde ermee rekening moest houden dat appellante zich ondubbelzinnig haar recht op de verbeurde dwangsommen voorbehoudt. Uit de bewoordingen blijkt voldoende duidelijk dat deze brief niet slechts betrekking heeft op de veroordelingen door de rechtbank in het vonnis van 18 december 2013, die in het arrest van 17 maart 2015 zijn bekrachtigd, maar tevens op de nieuwe veroordelingen die het hof in het arrest van 17 maart 2015 op straffe van verbeurte van dwangsommen heeft uitgesproken. Dat blijkt in de eerste plaats uit de mededeling dat geïntimeerde opnieuw dwangsommen verbeurt. Voorts volgt dit uit de twee hierop volgende zinnen waarin onmiskenbaar wordt gedoeld op veroordeling om alle bestaande boeken te vernietigen, aan welke veroordeling volgens appellante geen (volledig) gehoor is gegeven. Met de brief van 4 mei 2015 is dan ook de verjaring van de dwangsommen gestuit. Het hof verklaart voor recht dat geïntimeerde uit hoofde van het arrest van 17 maart 2015 een bedrag van 100.000 aan dwangsommen heeft verbeurd.
Geïntimeerde wordt verwezen in de kosten van het geding in principaal en incidenteel appel. Deze kosten worden berekend op de voet van artikel 1019h Rv aan de hand van de met ingang van 1 april 2017 geldende indicatietarieven in IE-zaken gerechtshoven. Ook in zoverre de zaak betrekking heeft op dwangsommen ziet deze zaak op de handhaving van een auteursrechtelijk werk en gaat het niet om een gemengde grondslag.
IEPT20180605, Hof Amsterdam, Dagboek moeder Vaatstra