Voormalig franchisenemer geen rechthebbende domeinnaam

Print this page 07-08-2018
IEPT20180731, Hof Den Haag, Street One

‘Overdracht’ domeinnaam streetone.nl afgewezen nu niet kan worden aangenomen dat appellant - een voormalig franchisenemer die tijdelijk als houder van de domeinnaam stond geregistreerd - rechthebbende is: goederenrechtelijke noties waarop appellant zich beroept niet zonder meer van toepassing op domeinnaam, Webapply was - nadat zij met instemming van appellant als domeinnaamhouder werd geregistreerd - bevoegd de registratie over te dragen,  gesteld gebruiksrecht domeinnaam levert geen recht op registratie als houder op. Street One handelde - ook indien zij op de hoogte was van gestelde afspraak dat hiervoor toestemming van appellant nodig was -  niet onrechtmatig door mee te werken aan de overdracht van de domeinnaamregistratie: van Street One kon niet worden gevergd mogelijke belangen van appellant te laten prevaleren boven eigen belang zich tegen (dreigende) merkinbreuk door gebruik van de domeinnaam te verzetten. Door merkhouder ingestelde procedure tot wijziging domeinnaamhouderregistratie valt onder artikel 1019h Rv: vordering merkhouder is immers gebaseerd op merkinbreuk en (mede) gericht op het voorkomen daarvan door de vermeende inbreukmaker de beschikking over die domeinnaam te ontnemen.

 

RECHTHEBBENDE DOMEINNAAM - IE-HANDHAVING

 

Geschil tussen een voormalig franchisenemer en de modehandel Street One. De gevorderde ‘overdracht’ van de domeinnaam streetone.nl wordt afgewezen nu niet kan worden aangenomen dat appellant - die tijdelijk als houder van de domeinnaam stond geregistreerd - rechthebbende is. De goederenrechtelijke noties waarop appellant zich beroept zijn volgens het hof niet zonder meer van toepassing op domeinnaam. Bovendien was Webapply was - nadat zij met instemming van appellant als domeinnaamhouder werd geregistreerd - bevoegd de registratie over te dragen. Een door appellant gesteld gebruiksrecht levert tot slot geen recht op registratie als houder van de domeinnaam op.

 

Street One handelde volgens het hof - ook indien zij op de hoogte was een gestelde afspraak tussen appellant en Webapply dat hiervoor toestemming van appellant nodig was -  niet onrechtmatig door mee te werken aan de overdracht van de domeinnaamregistratie. Volgens het hof kon van Street One niet worden gevergd de mogelijke belangen van appellant te laten prevaleren boven haar eigen belang zich tegen (dreigende) merkinbreuk (domeinnaam stemt verwarringwekkend overeen met woordmerk STREET ONE) door gebruik van de domeinnaam te verzetten.

 

In het kader van een grief tegen de proceskostenveroordeling oordeelt het hof tot slot dat een door de merkhouder ingestelde procedure tot wijziging van een domeinnaamhouderregistratie valt onder artikel 1019h Rv. Een dergelijke vordering is immers gebaseerd op merkinbreuk en (mede) gericht op het voorkomen daarvan door de vermeende inbreukmaker de beschikking over die domeinnaam te ontnemen, zo overweegt het hof.

 

IEPT20180731, Hof Den Haag, Street One

 

ECLI:NL:GHDHA:2018:1831