Publicatie artikel Het Parool niet onrechtmatig

Print this page 08-11-2018
IEPT20181030, Hof Amsterdam, Het Parool

Hof bekrachtigt vonnis van rechtbank waarin werd geoordeeld dat publicatie van het artikel door Het Parool niet onrechtmatig is: appellant is mede door zijn eigen toedoen tot een publiek figuur geworden die door het publiek in verband wordt gebracht met de genoemde kwesties, witwassen van crimineel geld is een maatschappelijke misstand die onderdeel is van het publieke debat, feitelijke beweringen in het artikel vinden voldoende steun in het feitenmateriaal, appellant mag gekwalificeerd worden als stroman, strekking van het Bibob-besluit juist weergegeven in het artikel, in voldoende mate voldaan aan hoor en wederhoor nu standpunt appellant afdoende uit het artikel blijkt.

 

PUBLICATIE
 

Appellant is eigenaar en exploitant van twee speelautomatenhallen op de Wallen in Amsterdam. In een strafzaak tegen [A] is appellant als verdachte aangemerkt. Op 18 april 2011 heeft de burgemeester van Amsterdam een Bibob-besluit genomen waarbij de vergunningen voor de twee speelautomatenhallen van appellant zijn ingetrokken. Op 18 april 2011 heeft Het Parool een artikel geplubliceerd over de sluiting van de gokhallen met als tussenkop 'Eigenaar [appellant] gezien als stroman van [A]'. Appellant stelt dat de publicatie van dit artikel onrechtmatig is jegens hem.  

 

Het hof bekrachtigt in dit arrest het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin werd geoordeeld dat het door Het Parool gepubliceerde artikel niet onrechtmatig is jegens appellant. Appellant voert als verweer aan dat het onjuist is dat hij als publiek figuur wordt aangemerkt. Het hof overweegt hieromtrent dat appellant wel degelijk aan te merken is publiek figuur, nu hij zich meermaals tot de media heeft gewend met zijn verhaal over de strafzaak en de gevolgen daarvan. Tevens heeft appellant meegewerkt aan de promotie van het boek dat zijn partner over hem en de strafzaak heeft geschreven en presenteert hij zijn eigen visie omtrent één en ander onder eigen naam op een website. Het hof overweegt dat het artikel een maatschappelijke misstand aan de orde stelt die onderdeel is van het publike debat, namelijk het witwassen van crimineel geld. Daarbij vinden de feitelijke beweringen in het artikel voldoende steun in het feitenmateriaal. De beweringen in het artikel zijn namelijk rechtstreeks te herleiden tot de tekst van het Bibob-besluit. Appellant stelt vervolgens dat de kwalificatie 'stroman' niet gebruikt had mogen worden. Het hof overweegt dat Het Parool de kwalificatie 'stroman' heeft mogen gebruiken. Het gaat immers slechts om de kwalificatie van de relatie tussen appellant en [A]. Het hof ziet niet in hoe het publiek door het gebruik van deze kwalificatie een onjuiste indruk van die relatie krijgt. Appellant stelt dat Het Parool het artikel overhaast heeft gepubliceerd zonder de inhoud van het besluit te kennen. Het hof gaat aan deze stelling voorbij, nu die omstandigheid er niet toe heeft geleid dat de strekking van het besluit onjuist is weergegeven. Ten slotte wordt omtrent het standpunt van appellant dat niet voldaan is aan de vereistenl van hoor en wederhoor overwogen dat het standpunt van appellant voldoende blijkt uit het krantenartikel. Zodoende is er geen sprake van een schending van de vereisten van hoor en wederhoor. 

 

IEPT20181030, Hof Amsterdam, Het Parool

 

ECLI:NL:GHAMS:2018:3951