Exploitatierechten boek “Oergondisch genieten” blijven bij geïntimeerde

Print this page 05-07-2019
IEPT20181218, Hof Amsterdam, Oergondisch genieten

Grief 1, welke opkomt tegen toedeling aan geïntimeerde van de exploitatierechten op het boek Oergondisch genieten, heeft conform de belangenafweging in art. 3:185 Lid 1 BW, geen succes: geïntimeerde heeft groot belang bij het exploiteren van het boek terwijl het er alle schijn van heeft dat appellante wil stoppen met het boek om haar aandacht te richten op een eigen vergelijkbaar boek dat in augustus 2014 is uitgekomen.

 

IE-VERBINTENISSENRECHT

 

Terugwijzing na arrest HR van 4 maart 2016 ter verdere inhoudelijke behandeling en beslissing. Geïntimeerde en appellante zaten in een maatschap, “Oergezond” en hebben samen een boek geschreven, “Oergondisch genieten. Op een gegeven moment is er tussen partijen wrijving ontstaan. In een tussenvonnis is de maatschap ontbonden en in het bestreden eindvonnis zijn de exploitatierechten c.a. ex artikel 3:185 lid 1 BW toegedeeld aan geïntimeerde onder de verplichting tot de afdracht aan appellante van 10% van de bruto verkoopprijs per boek. Appellante komt nu onder andere op tegen toedeling aan geïntimeerde van de exploitatierechten. De exploitatierechten zijn aan geïntimeerde toegedeeld op grond van de stellingen dat zij er vanuit haar diëtistenpraktijk groot belang bij heeft bij het onbelemmerd gebruikmaken van het boek. Een blokkade aan het boek betekent dat haar inzet voor het boek vernietigd wordt, terwijl appellante nog drie andere boeken op haar naam heeft staan die worden uitgegeven. Tevens kan zij met haar kennis als diëtiste de inhoud van het boek toetsen en aanpassen aan de eisen en wensen van de tijd.

 

Appellante is hiertegen opgekomen. Zij betoogt dat geïntimeerde ook bij toedeling aan appellante gebruik kan blijven maken van het boek voor haar diëtistenpraktijk en dat zij minstens over net zulke goede papieren beschikt als geïntimeerde om het boek te kunnen blijven toetsen aan de hedendaagse tijd. Appellante heeft echter eerder te kennen gegeven te willen stoppen met het boek. Zij heeft niet willen meewerken aan een herdruk van het boek en zij heeft getalmd met de voor een herdruk benodigde overdracht / ter beschikkingstelling aan geïntimeerde van de exploitatierechten en de digitale versie van het boek, waardoor het boek pas acht maanden na de uitverkoop van de derde druk weer leverbaar was. Het heeft er alle schijn van dat appellante nog steeds wil stoppen met het boek om haar aandacht te richten op een vergelijkbaar eigen boek dat later is uitgekomen. Dit is strijdig met het door geïntimeerde ingeroepen belang dat haar inzet voor het boek niet verloren gaat en met het belang van het boek zelf dat bij zo veel mogelijk herdrukken is gebaat, hetgeen vervolgens weer in het belang van beide partijen moet worden geacht, zoals blijkt uit de € 14.500 aan royalty’s die geïntimeerde aan appellante heeft afgedragen. 
Het hof overweegt dat ook in hoger beroep de belangenafweging van artikel 3:185 lid1 BW leidt tot een toedeling van de exploitatierechten aan geïntimeerde.

 

IEPT20181218, Hof Amsterdam, Oergondisch genieten

 

ECLI:NL:GHAMS:2018:4775