Eigenaar ROC mocht kunstwerk niet zonder overleg met maker verwijderen na herhaalde koperdiefstal

Print this page 05-02-2020
IEPT20181218, Rb Noord-Nederland, Piet v ROC

Eigenaar ROC mocht kunstwerk niet zonder meer en zonder enig voorafgaand overleg met eiser verwijderen c.q. vernietigen nadat diverse (koperen) elementen van het kunstwerk waren gestolen: in het Jelles/Zwolle-arrest (IEPT20040206) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat vernietiging onder omstandigheden misbruik van recht c.q. onrechtmatig handelen van de eigenaar kan opleveren, nu ROC heeft nagelaten enig contact met eiser op te nemen en met hem in overleg te treden heeft zij zich onvoldoende ingespannen voor behoud kunstwerk. Schadevergoeding voor onrechtmatige verwijdering en aantasting persoonlijkheidsrecht vastgesteld op € 7.500.

 

AUTEURSRECHT - ONRECHTMATIGE DAAD

 

Eiser heeft in 1994 een kunstwerk gemaakt als verbinding van de openbare ruimte tussen het ROC en een nieuw te bouwen parkeerplaats. Het kunstwerk is verschillende malen doelwit geweest van diefstal. In oktober 2017 bereikte eiser het bericht van een derde dat het ROC tot verwijdering van het kunstwerk was overgegaan. Volgens eiser had het ROC dit niet zomaar mogen doen.

 

Ook de rechtbank oordeelt dat eigenaar ROC het kunstwerk niet zonder meer en zonder enig voorafgaand overleg met eiser mocht verwijderen c.q. vernietigen. De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in het Jelles/Zwolle-arrest (IEPT20040206) heeft geoordeeld dat vernietiging onder omstandigheden misbruik van recht c.q. onrechtmatig handelen van de eigenaar kan opleveren. Van zodanig misbruik of anderszins onrechtmatig handelen zal eerder sprake zijn, naarmate er minder exemplaren van dat werk bestaan. Gaat het om unieke exemplaren, dan kan van de eigenaar onder omstandigheden verlangd worden dat hij slechts dan tot vernietiging overgaat indien daarvoor een gegronde reden bestaat en hij zich de gerechtvaardigde belangen van de maker ten minste in zoverre aantrekt dat hij er desgevraagd voor zorg draagt het bouwwerk behoorlijk te doen documenteren, althans de maker de gelegenheid biedt daartoe zelf het nodige in het werk te stellen, zo overwoog de Hoge Raad in dat arrest.

 

Nu het ROC heeft nagelaten enig contact met eiser op te nemen en met hem in overleg te treden heeft zij zich onvoldoende ingespannen voor behoud kunstwerk, zo oordeelt de rechtbank. Indien het ROC in een eerder stadium contact had opgenomen had in overleg bezien kunnen worden of er aanpassingen aan het kunstwerk gedaan konden worden, waardoor het beter beschermd was tegen diefstal. Eiser heeft gemotiveerd aangegeven dat hij de (gestolen) koperen elementen, indien hij benaderd was, zodanig had kunnen verzwaren dat hernieuwde diefstal vrijwel onmogelijk was geweest.

 

De door eiser gevorderde schadevergoeding - hetzij bestaande uit een bedrag dat nodig is voor het reproduceren van het kunstwerk, dan wel een veroordeling van het ROC om het kunstwerk te laten reproduceren - wordt afgewezen. De schadevergoeding voor de onrechtmatige verwijdering van het kunstwerk en de aantasting van het persoonlijkheidsrecht van de maker wordt na een belangenafweging vastgesteld op € 7.500.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBNNE:2018:5659