Gedaagde verantwoordelijk voor schade als gevolg van liegen over toestemming merkhouder

Print this page 25-06-2019
IEPT20190227, Rb Rotterdam, Zon Impex

Gedaagde verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door zich in strijd met de waarheid voor te doen als bestuurder van [rechtspersoon] en te verklaren dat schoonmaakproducten met toestemming van merkhouder Dasty Italia op de Nederlandse markt gebracht mocht worden: sprake van toerekenbaar onrechtmatig handelen. Schadevergoeding vastgesteld op € 33.690 in plaats van het bij verstekvonnis toegewezen bedrag van € 74.740: omdat in voldoende mate vast staat dat er sprake is geweest van een merkinbreuk was Zon Impex jegens Dasty Italia gehouden de producten terug te halen en te laten vernietigen, de daarmee gemoeide kosten vormen schade voor Zon Impex, schadeposten deels onvoldoende onderbouwd.

 

ONRECHTMATIGE DAAD - SCHADE 

 

Verzetprocedure. De rechtbank oordeelt dat als onvoldoende gemotiveerd betwist staat vast dat gedaagde zich in strijd met de waarheid voordeed als bestuurder van [rechtspersoon] en aan Zon Impex heeft medegedeeld dat hij de Dasti-producten met toestemming van Dasty Italia verkocht en dat Zon Impex deze ook in Nederland op de markt mocht brengen. Door die mededelingen te doen en vervolgens te bewerkstelligen dat Dasti-producten aan Zon Impex werden geleverd, heeft gedaagde naar het oordeel van de rechtbank gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Hij moet immers hebben geweten dat die producten inbreuk maakten op de IE-rechten van Dasty Italia. Dat is onrechtmatig jegens Zon Impex. Dat onrechtmatig handelen moet hem, als degene die in strijd met de waarheid heeft verklaard, worden toegerekend. Dat hieruit schade voor Zon Impex zou voortvloeien was te voorzien, omdat hij aldus Zon Impex aanzette tot merkinbreuk. Gedaagde is daarom gehouden de door Zon Impex geleden schade te vergoeden.

 

Omdat in voldoende mate vast staat dat er sprake is geweest van een merkinbreuk was Zon Impex jegens Dasty Italia gehouden de producten terug te halen en te laten vernietigen. De daarmee gemoeide kosten vormen schade voor Zon Impex. De rechtbank komt echter tot een bedrag van € 33.690 in plaats van het bij verstekvonnis toegewezen bedrag van € 74.740. Dit komt omdat niet alle schadeposten voldoende zijn onderbouwd.

 

Zo betreft een van die posten het bedrag € 30.000 dat bij schikking aan Dasty Italia is betaald ter vergoeding van juridische kosten.  Deze kosten, zijn naar het oordeel van de rechtbank gelet op de overzichtelijke aard van het geschil, bij gebreke van een behoorlijke onderbouwing en mede in aanmerking nemend de (bij procedures) te hanteren indicatietarieven, disproportioneel hoog. Van Zon Impex mocht worden verwacht dat zij, ook in de verhouding tot gedaagde, haar schadebeperkingsplicht nakwam. Dat zij het gevraagde bedrag in het kader van een schikking zonder meer vergoed heeft was haar eigen keuze, die zij echter niet onverkort op gedaagd kan verhalen. Mede in aanmerking nemend het indicatietarief voor een normale IE-zaak acht de rechtbank € 20.000 een verantwoorde schatting. Bij overige schadeposten ontbreekt bijvoorbeeld bewijs. De rechtbank vernietigt het verstekvonnis uitsluitend voor zover dat is gewezen tussen Zon Impex en gedaagde en voor zover het betrekking heeft op de hoofdsom en wijst de vordering in hoofdsom toe tot het bedrag van € 33.690.

 

IEPT20190227, Rb Rotterdam, Zon Impex

 

ECLI:NL:RBROT:2019:1696