Partijen in gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over vraag of EMC in redelijkheid afstand kon doen van door eiser (mede) ontwikkelde octrooien

Print this page 28-06-2019
IEPT20190320, Rb Rotterdam, Erasmus MC

Partijen in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over royalty’s op door eiser als hoogleraar bij EMC (mede) ontwikkelde octrooien: volgens regeling krijgen uitvinders pas een aanspraak op EMC als winst is gemaakt, onvoldoende onderbouwd dat EMC winst heeft gemaakt nu zij afstand heeft gedaan van haar rechten, onvoldoende debat gevoerd over vraag of EMC in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen om afstand van haar recht op royalty’s te doen.

 

OVEREENKOMST - ONRECHTMATIGE DAAD 

 

Eiser is op 1 mei 1972 in dienst getreden bij Erasmus MC (EMC). Hij heeft samen met een andere professor onderzoek gedaan naar - kort samengevat - de ontwikkeling van lichaamseigen peptiden tot geneesmiddelen. Zij hebben daarbij verschillende peptiden gevonden die schadelijke fysiologische processen effectief kunnen bedwingen. EMC heeft ter zake van ten minste drie bevindingen octrooien aangevraagd en verkregen.

 

In april 2011 heeft Erasmus MC besloten een onderzoek te starten naar - kort gezegd - het door eiser gevoerde beleid. Uit dit onderzoek is gebleken dat geen bewijs is gevonden voor wetenschappelijke fraude, maar dat de functie van eiser als afdelingshoofd wel onwerkbaar is geworden. Partijen hebben uiteindelijk afgesproken dat eiser niet terug zal keren bij de afdeling. De onderhavige uitspraak gaat - naast onder meer bevoegdheid, een rehabilitatieverklaring en teruggave van eigendommen (waaronder paaseitjes) - over royalty’s op de bovengenoemde octrooien.

 

De rechtbank overweegt dat uitvinders van een octrooi op grond van de royalty-regeling pas een aanspraak op EMC krijgen als EMC winst heeft gemaakt. Uitvinders kunnen gezamenlijk aanspraak maken op 20% van de netto opbrengst. Onder netto opbrengst moet blijkens de regeling worden verstaan de opbrengsten van het octrooi verminderd met de kosten die door EMC zijn gemaakt. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat winst is gemaakt. Niet in geschil is immers dat EMC in 2013 bij schikking afstand heeft gedaan van haar rechten tegenover Biotempt (EMC heeft in totaal derhalve slechts € 350.000 voor de octrooien ontvangen) en dat zij vanwege de vele procedures aanzienlijke kosten heeft moeten maken.

 

In de kern is het verwijt dat eiser EMC maakt dat zij zonder toestemming eiser in de schikking met Biotempt afstand heeft gedaan van haar rechten. De rechtbank overweegt dat van EMC mocht worden verwacht dat zij de belangen van eiser, als werknemer en uitvinder van de octrooien, in ogenschouw zou nemen en houden bij de onderhandelingen met Biotempt en daarop haar handelen mede zou afstemmen. Wanneer zij dat onvoldoende heeft gedaan, kan dat tot de conclusie leiden dat het tegenover eiser onrechtmatig was om afstand te doen van haar rechten tegenover Biotempt. Naar het oordeel van de rechtbank is het debat op dit punt nog onvoldoende gevoerd. Partijen zullen daarom in de gelegenheid worden gesteld zich hierover nader uit te laten. Beoordeeld dient te worden of EMC in de gegeven omstandigheden in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen om afstand van haar recht op royalty’s te doen, waardoor ook eiser zijn rechten verloor. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hier nader over uit te laten.

 

IEPT20190320, Rb Rotterdam, Erasmus MC

 

ECLI:NL:RBROT:2019:3142