Voormalig co-promotor AMC moet e-mails waarin zij co-auteurschap claimt op artikelen uit proefschrift van promovenda rectificeren

Print this page 11-04-2019
IEPT20190321, Rb Amsterdam, AMC

Voormalig co-promotor AMC moet e-mails waarin zij co-auteurschap op artikelen uit proefschrift van promovenda claimt rectificeren: door International Committee of Medical Journal Editors opgestelde norm is  ook in rechte van belang, de bijdrage van de voormalige co-promotor is volgens deze norm niet voldoende om als co-auteur te kunnen worden aangemerkt, onvoldoende aanleiding om van deze norm af te wijken en de bijdrage aan de onderzoeksopzet voldoende te achten om als co-auteur van de publicaties te worden erkend.

 

AUTEURSRECHT

 

Een voormalig co-promotor van het Amsterdams Medisch Centrum moet e-mails waarin zij co-auteurschap claimt op artikelen uit het proefschrift van een promovenda over het eiwit-enzym Creatine Kinase rectificeren.

 

De voormalig co-promotor stelt dat zij zelf de onderzoekshypothese en de daarop voortbouwende onderzoeksvragen heeft geformuleerd, het vooronderzoek heeft georganiseerd en een onderzoeksplan heeft geschreven. Zij stelt een zo wezenlijke bijdrage aan de opzet van het onderzoek van de promovenda te hebben geleverd, dat deze erkenning verdient in de vorm van vermelding als co-auteur.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat het hier gaat om een relatief veel voorkomend vraagstuk waaromtrent de medische professie zelf regulerend is opgetreden. Het International Committee of Medical Journal Editors (ICMJE) heeft hierover een norm geformuleerd die, kort gezegd, inhoudt dat het auteursrecht toekomt aan diegenen die een wezenlijke intellectuele bijdrage hebben geleverd aan de opzet van het onderzoek of aan de vergaring, analyse en interpretatie van de data die bij het onderzoek worden gebruikt. Bovendien moeten degenen die auteursrecht claimen, hebben bijgedragen aan het schrijven of redigeren van de publicatie, de definitieve tekst hebben goedgekeurd en zich ervan hebben verzekerd dat alle vragen met betrekking tot de juistheid en integriteit van het werk, voldoende zijn onderzocht en opgelost.

 

Deze norm is volgens de voorzieningenrechter - als soft law - ook in rechte van belang. De bijdrage van de voormalige co-promotor is volgens deze norm vervolgens niet voldoende om als co-auteur van de publicaties te kunnen worden aangemerkt. Er bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om van deze norm af te wijken en de bijdrage aan de onderzoeksopzet voldoende te achten om als co-auteur van de publicaties te worden erkend.

 

IEPT20190321, Rb Amsterdam, AMC

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:2198