Schikkingsregeling die is getroffen toen nadien vernietigd octrooi nog geldig was niet nietig op grond van artikel 6 Mw

29-04-2020 Print this page
IEPT20190507, Hof Den Haag, Jet Set

Jet Set c.s. niet ontvankelijk in principaal appel: geen grieven gediend. [geïntimeerde] ook in artikel 223 Rv-incident ontvankelijk in hoger beroep: in artikel 337 lid 1 Rv staat dat hoger beroep ‘kan’ worden ingesteld van een voorlopige voorziening ‘voordat het eindvonnis is gewezen’, en niet dat dat ‘moet’. Schikkingsregeling die is getroffen toen nadien vernietigd octrooi nog geldig was niet nietig op grond van artikel 101 VWEU/6 Mw: beïnvloeding tussenstaatse handel (artikel 101 VWEU) onvoldoende gemotiveerd en niet in te zien,aangezien vóór sluiten schikkingsregeling octrooi geldig was bestond er een (mededingingsrechtelijke) rechtvaardiging (bescherming industrieel eigendomsrecht), zodat regeling niet strekking had de mededinging te beperken, niet gesteld dat de Schikkingsregeling de mededinging in Nederland merkbaar beperkt. Geen onrechtmatige octrooihandhaving in periode dat schikkingsregeling was getroffen: binnen die periode vormde schikkingsregeling – naast of in plaats van het octrooirecht – grondslag voor handhaving octrooi, geen aanwijzing dat Jet Set c.s. buiten periode dat octrooi geldig was octrooi tegenover [geïntimeerde] hebben gehandhaafd.

 

PROCESRECHT - MEDEDINGINGSRECHTONRECHTMATIGE DAAD

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 juni 2015 (IEPT20150603), waarin het octrooi van Jet Set werd vernietigd, maar waarin de schorsing van de op grond van het octrooi getroffen schikkingsregeling werd afgewezen, omdat geïntimeerde zelf ervoor gekozen heeft om haar positie contractueel vast te leggen. In hoger beroep heeft Jet Set niet van grieven gediend, waardoor zij niet-ontvankelijk is in het principaal appel. In het incidentele appel stelt geïntimeerde onder meer dat nu het Nederlandse deel van EP 630 bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is vernietigd, en deze vernietiging terugwerkende kracht heeft, de met hem getroffen schikkingsregeling de mededinging (heeft) beperkt en daarom nietig is op grond van artikel 101 VWEU/artikel 6 Mw. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Jet Set heeft gesteld dat geïntimeerde niet ontvankelijk is in het hoger beroep van het artikel 223 Rv-incident. Anders dan Jet Set c.s. menen, kan artikel 337(1) Rv niet zo worden gelezen dat van een vonnis over een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 223 Rv, meteen in hoger beroep moet worden gekomen. In artikel 337(1) Rv staat dat hoger beroep ‘kan’ worden ingesteld ‘voordat het eindvonnis is gewezen’, en niet dat dat ‘moet’.

 

Het hof oordeelt dat de schikkingsregeling niet nietig is op grond van het mededingingsrecht. Het beroep op artikel 101 VWEU faalt, omdat niet is in te zien dat sprake is geweest van beïnvloeding van tussenstaatse handel. Het beroep op artikel 6 Mw faalt ook. Aangezien vóór het sluiten van de schikkingsregeling het octrooi geldig was bestond er een (mededingingsrechtelijke) rechtvaardiging uit hoofde van bescherming van een industrieel eigendomsrecht, waardoor de schikkingsregeling niet de strekking had om de mededinging te beperken. Dit betekent dat geïntimeerde – ook bij het ontbreken van een daarop gericht verweer – mede dient te stellen dat sprake is van een merkbare verstoring van de mededinging in de desbetreffende markt. Aan deze stelplicht heeft geïntimeerde niet voldaan.

 

Het hof oordeelt ten slotte dat geen sprake is van onrechtmatige octrooihandhaving in de periode dat de schikkingsregeling was getroffen. Binnen die periode vormde de schikkingsregeling – naast of in plaats van het octrooirecht – een grondslag voor de handhaving van het octrooi. Er is volgens het hof geen aanwijzing dat Jet Set c.s. buiten de periode dat het octrooi geldig was het octrooi tegenover geïntimeerde hebben gehandhaafd. De gevorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige octrooihandhaving is dus niet toewijsbaar. De gevorderde kostenveroordeling in het incident wordt ook afgewezen, omdat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen reden was om de schikkingsregeling te schorsen.

 

IEPT20190507, Hof Den Haag, Jet Set

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:3224