NRC verboden de volledige naam van een van machtsmisbruik en ongewenste intimiteiten beschuldigen hoogleraar te noemen

Print this page 26-06-2019
IEPT20190513, Rb Amsterdam, NRC

NRC verboden eiser bij naam te noemen en zijn portret te gebruiken in artikel waarin hij wordt beschuldigd van onder meer machtsmisbruik, manipulatie, (seksuele) intimidatie, ongewenste intimiteiten en aanranding: artikel draagt bij aan het publieke debat, eiser als hoogleraar en plaatsvervangend raadsheer in zekere mate aan te merken als ‘public figure’, aan gedrag van eiser mag weliswaar het waardeoordeel grensoverschrijdend gedrag worden gegeven waarover mag worden gepubliceerd, een verdergaande inbeuk op zijn privacy door het noemen van zijn volledige naam is echter niet mede gelet op de summiere feitelijke onderbouwing van de meest ernstige beschuldigingen en het feit dat dit niet bijdraagt aan het publieke debat niet gerechtvaardigd.

 

PUBLICATIE

 

Eiser was van 2011 tot eind 2018 hoogleraar aan de rechtenfaculteit (sectie Arbeidsrecht) van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Van 2011 tot 2018 was eiser tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam. Naar aanleiding van een rapport van het bureau BK&S hebben eiser en de UvA een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Op 7 november 2018 heeft de UvA een persbericht naar buiten gebracht waarin melding wordt gemaakt dat bureau BK&S heeft geconstateerd dat sprake is geweest van ‘grensoverschrijdend gedrag’ en dat om die reden een niet nader te noemen hoogleraar niet bij de UvA zal terugkeren. NRC heeft vervolgens contact opgenomen met eiser en hem een aantal vragen gesteld welke hij heeft beantwoord. NRC was vervolgens voornemens een artikel te plaatsen waarin eiser wordt beschuldigd van onder meer machtsmisbruik, manipulatie, (seksuele) intimidatie, ongewenste intimiteiten en aanranding. Eiser vordert dat NRC wordt verboden zijn voornaam en achternaam te noemen en/of de sectie Arbeidsrecht van de UvA te noemen en/of het portret van eiser af te beelden.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat het artikel weliswaar bijdraagt aan het publieke debat, dat eiser als hoogleraar en plaatsvervangend raadsheer in zekere mate is aan te merken als ‘public figure’ én dat aan het gedrag van eiser het waardeoordeel grensoverschrijdend gedrag mag worden gegeven, maar dat dit alles het noemen van de volledige naam van eiser niet rechtvaardigt. De voorzieningenrechter overweegt onder meer dan gedaagde aan de schandpaal zou worden genageld, terwijl de feitelijke onderbouwing van de meest ernstige beschuldigingen tegenover de ontkenning van eiser zeer summier is bovendien geen sprake is van strafrechtelijke vervolging. Voor het publieke debat over deze #metoo-kwestie is het volgens de voorzieningenrechter bovendien niet nodig dat de naam van eiser wordt genoemd.

 

De enige beperking die aan de uitingsvrijheid van NRC wordt opgelegd, namelijk het niet noemen van de naam van eiser (en het niet tonen van zijn foto), is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gerechtvaardigd en noodzakelijk ter bescherming van de privacybelangen van eiser en niet disproportioneel, waarmee het aan de vereisten genoemd in lid 2 van artikel 10 EVRM voldoet.

 

Lees het uiteindelijk gepubliceerde artikel hier

 

IEPT20190513, Rb Amsterdam, NRC

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:3451