Inbreuk op portretrecht eiser door gebruik foto in reclame van PostNL

Print this page 03-06-2019
IEPT20190522, Rb Noord-Holland, Logistics

Inbreuk op het portretrecht van eiser door het gebruik foto in reclame van PostNL: toestemming tot portretteren kan niet gelijk worden gesteld met toestemming tot publiceren, volgens het Discodanser arrest geldt dat geportretteerde in beginsel een redelijk belang heeft zich te verzetten tegen gebruik van zijn portret ter ondersteuning van een commerciële reclame-uiting, geen belang aan de orde gesteld dat inbreuk op persoonlijke levenssfeer zou kunnen rechtvaardigen, niet aangetoond dat door werkgever eiser namens eiser een regeling is getroffen. Schadevergoeding ex aequo et bono begroot op € 5.000.

 

PORTRETRECHT

 

Logistics heeft een foto waarop eiser te zien is, gebruikt op haar transportmiddelen, op het internet en in een reclamefilmpje van PostNL. Eiser stelt dat dit zonder zijn toestemming is, en dat hiermee sprake is van inbreuk op zijn portretrecht. Logistics stelt dat wel degelijk sprake is van toestemming.

 

De kantonrechter constateert dat de door eiser gegeven toestemming niet schriftelijk is vastgelegd en dat partijen twisten over de reikwijdte van de gegeven toestemming. De kantonrechter overweegt in dit kader dat toestemming tot het portretteren niet gelijk kan worden gesteld met toestemming tot publiceren. Dat eiser zich op een bepaalde manier heeft laten portretteren, betekent dan ook niet dat hij daarmee toestemming voor heeft gegeven voor het (onbeperkte) gebruik van zijn portret door Logistics. Nu op Logistics voorts geen begin van bewijs heeft geleverd dat door eiser onbeperkte toestemming is verleend en hiervan overigens ook geen bewijs heeft aangeboden, faalt het verweer van Logistics dat eiser toestemming heeft verleend voor het bestreden gebruik van zijn portret.

 

Vervolgens overweegt de kantonrechter dat als het gaat om gebruik van een portret zonder toestemming in een reclame-uiting, nog steeds de leer van het Discodanser arrest uit 1997 geldt, namelijk dat de geportretteerde in beginsel steeds een redelijk belang zal hebben om zich te verzetten tegen gebruik van zijn portret ter ondersteuning van een commerciële reclame-uiting. Logistics heeft geen belang aan de orde gesteld dat bij de afweging tegen voormeld belang van eiser de inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zou kunnen rechtvaardigen. Dat Logistics alle eventuele rechten en plichten met betrekking tot het portretrecht heeft afgekocht is ten slotte onvoldoende onderbouwd, waardoor de kantonrechter tot het oordeel komt dat inderdaad sprake is van inbreuk op het portretrecht van eiser. De schadevergoeding wordt  ex aequo et bono begroot op € 5.000, en het verdere gebruik van het portret dient te worden gestaakt.

 

IEPT20190522, Rb Noord-Holland, Logistics

 

ECLI:NL:RBNHO:2019:4245