Gebrek aan inventiviteit octrooi voor mobiele sanitaire inrichting bevestigd in hoger beroep

Print this page 28-05-2019
IEPT20190528, Hof Den Haag, MSS v TWT
(Met dank aan Yves Janssen, Huver Advocaten)

Verweer dat vzgr ten onrechte niet problem solution approach heeft toegepast verworpen: PSA niet verplicht, hof past PSA toe en komt niet tot ander oordeel dan vzgr. Octrooi EP 515 voor “Mobile sanitary unit for accommodating at least three sanitary facilities” niet inventief in licht van DE 263: vakman zou met algemene vakkennis, uitgaande van bestaande inrichtring en met toepassing van het in DE 263 geopenbaarde verkleiningsmechanisme komen tot uitvinding volgens het octrooi. Gestelde secundaire indicia kunnen octrooi geen inventiviteit verlenen. (Combinaties van) onderconclusies waarop hulpverzoeken MSS zien niet inventief: vakman zou met behulp van algemene vakkennis tot kenmerken hulpverzoeken komen.

 

OCTROOIRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 28 juli 2017 (IEPT20170728), waarin de voorzieningenrechter oordeelde dat octrooi EP 515 voor een mobiele sanitaire inrichting met drie toiletten niet inventief is. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Het hof verwerpt het verweer dat ten onrechte niet de problem solution approach (PSA) is toegepast en daardoor tot een onjuist oordeel is gekomen. Het is niet verplicht om de PSA toe te passen en het hof komt in haar arrest met toepassing van de PSA tot hetzelfde oordeel als de voorzieningenrechter. Het hof is dan ook van oordeel dat het octrooi niet inventief is in het licht van DE 263. De vakman zou met gebruik van zijn algemene kennis uitgaande van de bestaande inrichting en met toepassing van het in DE 263 geopenbaarde verkleiningsmechanisme komen tot de uitvinding volgens het octrooi. MSS heeft nog een aantal secundaire indicia gesteld, zoals de omstandigheid dat het octrooi niet eenvoudig tot stand is gekomen en de omstandigheid dat het een lange tijd heeft geduurd voordat het product werd ontwikkeld. Het standpunt dat het octrooi niet eenvoudig tot stand is gekomen is echter onvoldoende concreet om aan de gestelde inventiviteit bij te dragen en de gestelde behoefte uit de praktijk is er nog niet zo lang dat dit als “long felt need” zou kunnen worden aangemerkt. Conclusie 1 is dus nietig, maar dit geldt ook voor de onderconclusies, waarvan de inventiviteit niet is toegelicht, waardoor TWT dus kon volstaan met een kale betwisting.


De hulpverzoeken die zien op (combinaties) van de onderconclusies zijn ook niet inventief. De vakman zou met behulp van zijn algemene vakkennis komen tot de in de hulpverzoeken genoemde kenmerken.

 

IEPT20190528, Hof Den Haag, MSS v TWT

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:1182