Artikel “Rabo stopt met Noorse broeders” niet onrechtmatig

Print this page 01-11-2019
IEPT20190604, Hof Den Haag, CGN v NRC

Artikel “Rabo stopt met Noorse broeders” niet onrechtmatig: door kop en eerste zin van artikel gewekte (onjuiste) indruk voldoende genuanceerd en gecorrigeerd in de rest van het artikel, voldoende gelegenheid voor wederhoor, artikel feitelijk juist, niet onnodig diffamerend en bijdrage aan maatschappelijk debat.

 

PUBLICATIE

 

CGN (Christelijke Gemeente Nederland) is een christelijke geloofsgemeenschap met in Nederland ongeveer 1.800-2.000 leden. CGN is gelieerd aan de Brunstad Christian Church, die oorspronkelijk in Noorwegen is ontstaan. De geloofsgemeenschap wordt ook wel aangeduid als de ‘Noorse Broeders’. [geïntimeerde 3] heeft sinds oktober 2016 in het NRC Handelsblad en NRC Next diverse artikelen geschreven over de CGN. Deze zijn volgens CGN onrechtmatig. In het bestreden vonnis zijn alle vorderingen afgewezen. In appel gaat het uitsluitend om het artikel van 11/12 mei 2017, met kop “Rabo stopt met Noorse broeders”, omdat onbestreden is dat ter zake van de eerdere publicaties uit 2016 geen sprake is van een spoedeisend belang.

 

Het hof oordeelt dat het artikel niet onrechtmatig is. De door de kop en eerste zin van het artikel gewekte (onjuiste) indruk wordt voldoende genuanceerd en gecorrigeerd in de rest van het artikel. Voorts is sprake geweest van voldoende gelegenheid voor wederhoor en is de reactie van CGN adequaat verwerkt. Een gemiddelde lezer zal na lezing met gemiddelde aandacht van het gehele artikel concluderen dat de Rabobank voornemens is de relatie met de Noorse Broeders te verbreken en dat dit besluit is genomen na berichtgeving in de NRC. Dat is feitelijk juist. De vermelding in het artikel dat het verbreken van de bancaire relatie een vergaande maatregel is die ook wordt toegepast bij criminele organisaties en terrorismeverdachten, is eveneens feitelijk juist en niet onnodig diffamerend. Daarnaast geldt dat het artikel een bijdrage aan het maatschappelijk debat kon leveren.

 

IEPT20190604, Hof Den Haag, CGN v NRC

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:2652