Sena-tarieven dance events vastgesteld

Print this page 09-08-2019
IEPT20190611, Hof Den Haag, Dance Events v Sena

Aparte tariefgroep dance events niet in strijd met gelijkheidsbeginsel: dance events zijn niet gelijk aan horeca/discotheken en nemen een speciale plaats in het uitgaansleven in. Sena heeft niet de “nabuurrechtelijke norm” gecreëerd door eerder het horeca-/discotheektarief toe te passen op dance events: Sena heeft vanaf het moment dat duidelijk was dat dance events een blijvend fenomeen waren, geprobeerd een nieuw tarief toe te passen. Recette (totaal aantal bezoekers x de ticketprijs minus BTW) grondslag voor vaststelling billijke vergoeding. Percentage ter berekening billijke vergoeding voor dance events vastgesteld op 1,625% van de recette: uitgaande van een 60% vergoedingsverplichtig repertoire en € 0,65 per bezoeker, met een aanpassing als blijkt dat Sena-repertoire hoger of lager is dan 60% en uitgaande van een ticketprijs van € 40,00. Bij evenementen met een ticketprijs van meer dan € 85,00 bedraagt de billijke vergoeding 1,3% van recette. Billijke vergoeding van gratis dance events vastgesteld op € 0.075.

 

NABURIGE RECHTEN

 

Zaak in hoger beroep in het kader van de vergoedingen die aan Sena afgedragen moeten worden voor het gebruik van muziek op dance events. De rechtbank Den Haag heeft in 2013 (IEPT20131002) de Sena-vergoeding voor dance events voor de toekomst vastgesteld op 1,5%. De organisatoren van dance events zijn hiertegen in beroep gekomen. Bij het tussenarrest van 8 december 2015 is de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf als deskundige benoemd om advies uit te brengen omtrent de hoogte van billijke Sena-vergoeding voor dance events. De commissie adviseert een basistarief van 1,875% van de recette. Onder de recette wordt het totaal aantal bezoekers vermenigvuldigd met de ticketprijs minus btw, verstaan. Beide partijen hebben bezwaren tegen het deskundigenbericht. Het hof benadrukt dat ook aan de recette als grondslag voor de vaststelling van de billijke vergoeding nadelen kleven, maar dat partijen baat hebben bij een duidelijke, relatief eenvoudig te hanteren en te controleren grondslag. De recette is in dat opzicht de beste keuze. De recette is gerelateerd aan de ticketprijs, welke volgens de geschillencommissie een indicatie van de verkoopwaarde van de muziek is, zijnde de waarde van de muziek in het economisch verkeer. Het hof overweegt, in lijn met het bericht van de rapportage van de geschillencommissie dat een tarief van € 0,75 per bezoeker als uitgangspunt kan dienen voor de vaststelling van een billijk tarief voor dance events, ervan uitgaande dat 70% van de muziek die op deze events wordt gespeeld, vergoedingsplichtig repertoire betreft. Na bezwaren van de organisatoren komt het hof echter tot het oordeel dat het gemiddelde percentage Sena-vergoedingsverplichtige muziek tijdens de dance events 60% is. Sena houdt er in haar berekeningen (tussen de 68.4% en 85.3%) ten onrechte geen rekening mee dat herkenning van muziek niet zonder meer impliceert dat sprake is van een commercieel uitgebrachte fonogram, omdat werkelijk live gespeelde muziek ook herkend kan worden. In lijn met het arrest Sena/NKP neemt het hof een lager tarief als uitgangspunt voor de vaststelling van de billijke vergoeding, te weten een bedrag van € 0,65 per bezoeker. Het hof stelt vast dat de gemiddelde ticketprijs € 40,00 bedraagt, waarmee het percentage ter berekening van de billijke vergoeding op 1,625% van de recette komt (0,65/40).

 

IEPT20190611, Hof Den Haag, Dance Events v Sena

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:1922