Nietigheidsargumenten tegen conclusie 11 van octrooi voor kleuren van planten falen

Print this page 19-06-2019
IEPT20190619, Rb Den Haag, HE Licenties v VG Colours
(Met dank aan Olaf van Haperen en Nadiya Disveld, Eversheds Sutherland)

Voortbrengselconclusies NL 904 rechtsgeldig ondanks verlening EP 278 dat prioriteit NL 904 inroept: “dezelfde uitvinding” (artikel 77(1) Row) ziet op alle technische leer uit NL 904, EP 278 bevat geen voortbrengselconclusies, beschermingsomvang voorbrengselconclusies wijkt af van de werkwijzeconclusies in NL 904. Geen toegevoegde materie in conclusie 11 NL 904: oorspronkelijke aanvrage beperkt niet wijze waarop definitief gat ontstaat. Geen openbaar voorgebruik conclusie 11 NL 904 door VG Colours. VG Colours maakt inbreuk op NL 904 door in Nederland orchideeën te verhandelen die voldoen aan conclusies 11-13 en 15.

 

OCTROOIRECHT

 

HE Licenties maakt onderdeel uit van de Hanson groep en houdt zich bezig met het beheren van octrooirechten in de sierplantenindustrie, onder meer door het verstrekken van (sub)licenties voor de productie van gekleurde orchideeën. VG Colour is een onderneming die zich (onder meer) bezig houdt met het kunstmatig (doen) kleuren van (oorspronkelijk) witte orchideeën. Volgens HE Licenties maakt VG Colours inbreuk op haar octrooien NL 904 en EP 278. Op 6 december 2016 heeft VG Colours een verzoek in de zin van artikel 84 ROW ingediend bij OCNL om een geldigheidsadvies over NL 904 te verkrijgen. Naar aanleiding van het advies van OCNL heeft Hanson gedeeltelijk afstand gedaan van het octrooi, in die zin dat hoofdconclusies 1 en 11 (en daarmee ook de volgconclusies) niet langer zien op planten in het algemeen (waartoe ook bomen behoren), maar zijn beperkt tot planten die behoren tot de orchideeënfamilie, zulks conform het hulpverzoek dat bij OCNL voorlag. Deze afstand is na pleidooi gedaan. Bij tussenvonnis van 21 februari 2018 (IEPT20180221), werd het octrooi zoals beperkt beoordeeld, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het nieuw is en dat de orchideeën van VG Colours aan alle deelkenmerken van conclusie 11 voldoen. De zaak werd naar de rol verwezen, omdat VG Colours mogelijk in haar belang is geschaad doordat zij niet de mogelijkheid heeft gehad om nadere nietigheidsargumenten aan te voeren ten aanzien van de gewijzigde conclusie 11. Hiertoe kreeg zij dan ook de gelegenheid.

 

VG Colours heeft gesteld dat NL 904 geen rechtskracht meer door de verlening van EP 278 dat de prioriteit inroept van NL 904 gelet op artikel 77(1) Row. De rechtbank volgt dit argument niet. Het begrip “dezelfde uitvinding” uit artikel 77(1) Row ziet volgens de rechtbank op alle technische leer uit EP 904. EP 278 bevat geen voortbrengselconclusies en de beschermingsomvang van de voortbrengselconclusies van NL 904 wijkt af van die van de werkwijzeconclusies. De voortbrengselconclusies van NL 904 zijn daarom rechtsgeldig. Er is ook geen sprake van toegevoegde materie in conclusie 11 van NL 904 en het beroep op openbaar voorgebruik wordt afgewezen. De rechtbank oordeelt dat gelet op het voorgaande en het tussenvonnis sprake is van inbreuk op NL 904 door in Nederland orchideeën te verhandelen die voldoen aan de kenmerken van conclusies 11-13 en 15 van NL 904.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:6407