Hof kent alsnog deel proceskosten ex artikel 1019h Rv toe in zaak rond concept beleggingsproduct voor senioren

Print this page 28-06-2019
IEPT20190628, Hof Arnhem-Leeuwarden, Torenstad
(Met dank aan Jeroen Lubbers en Joost Becker, Dirkzwager legal & tax)

Hof vernietigt deels vonnis rechtbank. Vonnis rechtbank met betrekking tot vermeende inbreuk op concept eiser “Verzilverd Wonen” houdt stand: concepten verschillen voldoende van elkaar om inbreuk vast te stellen en geen sprake van schending geheimhoudingsverplichting. Afwijzing vordering op redelijke en evenredige proceskosten ex artikel 1019h Rv vernietigd: betrof wel degelijk handhaving van ie-recht. Vordering eiser betreft een gemengde grondslag, schending van geheimhoudingsverplichting en van een auteursrecht: 50% van de kosten voor iedere grondslag.

 

ONRECHTMATIGE DAAD - PROCESRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 13 juli 2017 (IEPT20170713) waarin de rechtbank oordeelde dat het onrechtmatig handelen door Torenstad en Ieder1 door het op markt brengen van het door eisers ontwikkelede beleggingsproduct voor senioren “Verzilverd Wonen”, onvoldoende was onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank was een 1019h Rv proceskostenveroordeling niet aan de orde omdat er geen sprake was van de handhaving van IE-rechten ex artikel 1019 Rv.

 

Grief 2 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het op weg van eiser had gelegen om de stelling te onderbouwen dat Torenstad en Ieder1 onrechtmatig handelden door het op de markt brengen van een op “Verzilverd Wonen” gelijkend concept. Het hof beoordeelt de stellingen alsnog op hun merites en ziet allereerst met name verschillen tussen de twee concepten. Zo is er een duidelijk verschil in het moment van overdracht van de eigendom van de woning en ligt de minimumleeftijd voor deelname bij Verzilverd Wonen een stuk lager dan bij het concept van Torenstad. Het hof oordeelt dat de verschillen tussen de twee concepten groter zijn dan de overeenkomsten en dat Torenstad voldoende afstand heeft gehouden. Er is geen sprake van een schending van de geheimhoudingsverplichting aan de kant van beide wederpartijen. De vorderingen van eiser zijn ongegrond. In zoverre moet het vonnis van de rechtbank worden bekrachtigd.

 

In het incidenteel hoger beroep komen Torenstad en Ieder1 op tegen het oordeel van de rechtbank dat de zaak geen handhaving van een recht van intellectueel eigendom betrof en de afwijzing van de vordering op de redelijke en evenredige proceskosten ex artikel 1019h Rv. Het hof acht de grieven gegrond. In de inleidende dagvaarding heeft eiser gesteld dat Torenstad en Ieder1 inbreuk hebben gemaakt op zijn intellectueel product, er wordt zelfs gesproken van een grove inbreuk op zijn auteursrecht. Bovendien heeft eiser in zijn brieven van 3 juni 2009 erop gewezen dat mochten Torenstad en Ieder1 het aan zouden laten komen op een procedure, hij de redelijke en evenredige proceskosten ex artikel 1019h Rv zou vorderen. Naar het oordeel van het hof hebben Torenstad en Ieder1 zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij zich dienden te verweren tegen een hun verweten inbreuk op een aan eiser toekomend auteursrecht. De rechtbank had eiser moeten veroordelen in de redelijke en evenredige proceskosten, zoals bedoeld in artikel 1019h Rv, voor zover het de kosten betreft die kunnen worden toegerekend aan de gestelde inbreuk op een auteursrecht. Het hof is van oordeel dat de vordering van eiser een gemengde grondslag heeft, de schending van geheimhoudingsverplichting en van een auteursrecht en zal 50% van de kosten toerekenen aan iedere grondslag.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:GHARL:2019:4608