Inbreuk op kantinetafel en afvaltafel in sloophout van Piet Hein Eek

30-07-2019 Print this page
IEPT20190724, Rb Noord-Holland, Piet Hein Eek v Esfera
(Met dank aan Marcel de Zwaan en Corstiaan Kan, Bremer & De Zwaan)

Kantinetafel in sloophout, afvaltafel in sloophout, kantinetafel wit en eiken stoel in sloophout auteursrechtelijk beschermd: productieproces en gebruikte hulpstoffen als vernieuwend aan te merken, niet goed denkbaar dat een ander, onafhankelijk van Eek bij het maken van een dergelijk werk tot precies hetzelfde resultaat zou komen. Kantinetafel [D] c.s. en gepubliceerde afbeeldingen zijn verveelvoudiging van kantinetafel in sloophout: met name parketlegging in verschillende tinten als motief voor tafelblad, vorm van de staanders en plaats waar de poten onder het blad zijn bevestigd maken totaalindruk er een als afkomstig van of ontleend aan ontwerp van Eek. Afvaltafel [D] c.s. verveelvoudiging van afvaltafel in sloophout: door toegepaste mozaïek als motief voor tafelblad, kleurgebruik, vorm van de staanders en plaats waar de poten onder het blad zijn bevestigd. Geen inbreuk op kantinetafel wit: rechthoekige vorm, dikte en robuustheid van het blad zijn zodanig gemeengoed geworden voor houten tafels dat voor overeenstemmende totaalindruk zichtbaar zou moeten zijn dat beweerd inbreukmakende tafel is gemaakt van sloophout, overeenstemming kan op grond van overgelegde foto’s niet worden vastgesteld. Onvoldoende zeker of sprake is van inbreuk op eiken stoel van sloophout: geen goede foto’s overgelegd van stoel [D] c.s. en geen originele producten getoond. [D] c.s. veroordeeld tot winstafdracht van € 2.427,66.

 

AUTEURSRECHT - WINSTAFDRACHT

 

Piet Hein Eek stelt dat [D] c.s. inbreuk maakt op zijn auteursrecht op zijn kantinetafel in sloophout, afvaltafel in sloophout, kantinetafel wit en eiken stoel in sloophout.

 

De rechtbank oordeelt dat de meubels auteursrechtelijk beschermd zijn, aangezien het productieproces en de gebruikte hulpstoffen als vernieuwend aan te merken zijn en  niet goed denkbaar is dat een ander, onafhankelijk van Eek bij het maken van een dergelijk werk tot precies hetzelfde resultaat zou komen. Ten aanzien van de kantinetafel en afvaltafel van [D] c.s. wordt geoordeeld dat sprake is van een verveelvoudiging, omdat de door [D] c.s. aangestipte verschillen niet wezenlijk af doen aan de overeenstemmende totaalindruk van de tafel.

 

Er wordt echter geen inbreuk aangenomen op de kantinetafel wit, aangezien de rechthoekige vorm, dikte en robuustheid van het blad zodanig gemeengoed zijn geworden voor houten tafels dat voor een  overeenstemmende totaalindruk zichtbaar zou moeten zijn dat de beweerd inbreukmakende tafel is gemaakt van sloophout. Op basis van de overgelegde foto’s kan die overeenstemming niet worden vastgesteld. Ten aanzien van de eiken stoel in sloophout wordt geoordeeld dat de inbreuk onvoldoende zeker is aangezien er geen goede foto’s van de stoel van [D] c.s. zijn overgelegd en geen originele producten zijn getoond. [D] c.s. wordt veroordeeld tot winstafdracht van € 2.427,66. Interessant is hierbij dat Eek inschat dat er 70 meubels zouden zijn verkocht door [D] c.s., maar dat de rechtbank deze schatting te hoog vindt voorkomen en overweegt dat die schatting nergens op is gebaseerd. De rechtbank schat vervolgens in dat sprake is van 40 verkochte meubels, maar onderbouwd die schatting ook niet. [D] c.s. wordt verder veroordeeld tot betaling van € 20.707 aan 1019h Rv proceskosten.

 

IEPT20190724, Rb Noord-Holland, Piet Hein Eek v Esfera

 

(kopie origineel vonnis)