Beroep rechtsverwerking met betrekking ontbonden licentieovereenkomst slaagt

23-08-2019 Print this page
IEPT20190807, Rb Den Haag, Lopifit

Overeenkomst is ontbonden: beroep op rechtsverwerking slaagt. Gedrag en handelingen eiser leiden ertoe dat gedaagden er op mochten vertrouwen dat eiser de rechtsgeldigheid van de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door gedaagde niet meer zou aanvechten.

 

LICENTIEHANDHAVING - PROCESRECHT

 

Gedaagde heeft met eiser in 2014 een licentieovereenkomst gesloten ten behoeve van de ontwikkeling, productie, marketing en verkoop van uitvinding de Lopifit, een soort reuzestep. De relatie tussen partijen verslechtert wanneer eiser facturen niet meer betaalt. Gedaagde ontbindt de licentieovereenkomst. In haar vonnis van 2 maart 2017 komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat eiser is tekortgekomen in de nakoming van de licentieovereenkomst en dat gedaagde de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Op een gegeven moment komt gedaagde te weten dat eiser omstreeks 26 juni 2017, 94 Lopifits heeft verhandeld. Volgens eiser betreft dit een order van Lopifits die ten tijde van het kort geding al waren besteld onderweg van China naar de VS waren. Deze order is gecanceld, teruggestuurd naar China en de Lopifits zijn gedemonteerd. Gedaagde blijft erbij dat eiser het verbod om de verhandeling te staken en gestaakt te houden heeft overtreden en verzoekt eiser de dwangsommen ad. € 94.000,00 te voldoen. Eiser vordert in deze procedure dat de rechtbank voor recht verklaart dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden en het eiser daarmee vrijstaat om Lopifits te produceren en te verhandelen.

 

Met gedaagde is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van rechtsverwerking, waardoor eiser de ontbinding van de overeenkomst niet meer ter discussie kan stellen. Eiser heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 2 maart 2017 en in een e-mail aan gedaagde schrijft eiser onder andere dat zij niks meer met de Lopifit willen/ gaan doen. Hieruit volgt dat eiser zicht in het oordeel van de voorzieningenrechter en dus in de ontbinding van de licentieovereenkomst heeft berust. Door ruim 10 maanden na de voornoemde e-mail de dagvaarding in onderhavige procedure uit te brengen, heeft eiser zich gedragen op een wijze die onverenigbaar is met de aanspraak die zij in deze procedure wenst te maken. Gedaagde heeft er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat eiser de rechtsgeldigheid van de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door gedaagde niet meer zou aanvechten. Het beroep van gedaagde op rechtsverwerking slaagt dus.

 

De zaak wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om hun vorderingen ter zake van de ongedaanmaking en schadevergoeding aan te passen.

 

IEPT20190807, Rb Den Haag, Lopifit

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:8039