Verzoek tot leggen conservatoir bewijsbeslag bij Havenbedrijf Rotterdam wegens gestelde inbreuk op databankrechten (in eerste instantie) afgewezen

Print this page 16-10-2019
IEPT20190822, Rb Rotterdam, JDK v Havenbedrijf Rotterdam

Verzoek tot leggen conservatoir bewijsbeslag bij Havenbedrijf Rotterdam wegens gestelde inbreuk op databankrechten afgewezen: deugdelijk functioneren Nederlandse haven van groot belang voor Nederlandse economie, verzoek niet proportioneel nu grote kans bestaat dat de Rotterdamse haven hierdoor plat komt te liggen, onvoldoende aannemelijk dat bewijsgaring op andere wijze niet goed mogelijk is. Ook ten aanzien van dochterbedrijf Portbase wordt het verzoek voorlopig afgewezen: de voorzieningenrechter heeft behoefte aan een nadere toelichting, welke kan worden verschaft bij gelegenheid van een hoorzitting.

 

HANDHAVING

 

JDK heeft een softwareapplicatie ontwikkeld waarin een gevaarlijke stoffenlijst is opgenomen. Deze lijst kwalificeert volgens haar als een databank in de zin van de Databankenwet. JDK sluit licentiecontracten met bedrijven die tegen betaling gebruik mogen maken van de softwareapplicatie. Het Havenbedrijf Rotterdam deelt volgens JDK in strijd met het contract, de informatie uit de softwareapplicatie met haar dochterbedrijf Portabase en anderen. Het onderhavige verzoek van JDK strekt tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir IE-bewijsbeslag, het maken van een gedetailleerde beschrijving en het geven van een bevel tot (tijdelijke) afgifte ter bewaring van de inbeslaggenomen bescheiden en de gedetailleerde beschrijving.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat - gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld in HR Molenbeek Invest (IEPT20190822) - aan de stelplicht van degene die verlof vraagt om bewijsbeslag te leggen, hoge eisen moeten worden gesteld.

 

Vervolgens overweegt de voorzieningenrechter dat het deugdelijk functioneren van de Nederlandse haven van groot belang is voor Nederlandse economie. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat bewijsbeslag op digitale gegevensdragers van het havenbedrijf Rotterdam een ernstige belemmering van het functioneren van het havenbedrijf kan opleveren, waardoor de kans zou bestaan dat de Rotterdamse haven plat komt te liggen. De voorzieningenrechter acht het verzoek voorshands niet proportioneel.

 

Daarnaast acht de voorzieningenrechter onaannemelijk dat bewijsgaring op andere wijze niet goed mogelijk is. Het gaat hier om semi-overheidsbedrijven. Het ligt niet zonder meer voor de hand dat personeel van deze bedrijven, gehoord als getuige onder ede/belofte, niet volledig en naar waarheid zou willen verklaren, zo overweegt de voorzieningenrechter. Ook ten aanzien van dochterbedrijf Portbase wordt het verzoek voorlopig afgewezen. De voorzieningenrechter heeft  in dit kader behoefte aan een nadere toelichting, welke kan worden verschaft bij gelegenheid van een hoorzitting.

 

(De advocaten van JDK hebben aangegeven dat een tweede (aangepast) verzoek alsnog is toegewezen. Ook melden zij dat de afwijzende beschikking binnen vier weken na het uiteindelijke verlof is gepubliceerd en dat het niet ondenkbaar was dat op de datum van publicatie het verlof nog niet ten uitvoer was gelegd, waardoor de publicatie grote gevolgen zou kunnen hebben gehad voor de effectiviteit van het bewijsbeslag.)

 

IEPT20190822, Rb Rotterdam, JDK v Havenbedrijf Rotterdam

 

ECLI:NL:RBROT:2019:7783