Documentaire over door politieagent doodgeschoten 21-jarige niet onrechtmatig

29-10-2019 Print this page
IEPT20190910, Rb Amsterdam, BNNVARA

Documentaire over 21-jarige die is doodgeschoten door politieagent niet onrechtmatig: uitspraken geïnterviewden niet gepresenteerd als feiten, niet eenzijdig negatief of onnodig kwetsend, geen belang bij verzet tegen hervertoning beelden herdenkingsdienst. Gebruik van beeld van slaapkamer [naam overledene] niet onrechtmatig: gefilmd met toestemming van [eiseres sub 1], belang bij niet vertonen beeld weegt niet op tegen belang [gedaagde sub 1] die film op de dag van de première niet meer kan aanpassen. Beroep op auteursrecht op in documentaire getoonde brief faalt: brief niet in geding gebracht, auteursrechtelijke bescherming niet aannemelijk gemaakt. Geen redelijk belang bij verzet tegen gebruik portretrecht [naam overledene]: portret al eerder in media getoond en op internetsites nog steeds te zien, beelden niet bijzonder intiem, beelden ondersteunen in film geschetste verhaal van leven [naam overledene].

 

PUBLICATIEAUTEURSRECHTPORTRETRECHT

 

Kort geding. [eiseres sub 1] is de moeder van de op 21-jarige leeftijd overleden [naam overledene] . [eiseres sub 2] is zijn (half)zus. [naam overledene] is op [datum] neergeschoten door een politieagent in een park in [plaats]. Volgens de politie heeft [naam overledene] 112 gebeld met het verhaal beroofd te zijn in het park en heeft hij zijn eigen signalement doorgegeven. Hij volgde bevelen van de politieagent om zijn handen te laten zien niet op en haalde plotseling een zwart voorwerp tevoorschijn waarmee hij op de politieagent richtte terwijl hij op hem af kwam lopen. Daarop heeft de politieagent zeven schoten gelost, waarvan één [naam overledene] dodelijk heeft getroffen. [naam 3] is documentairemaakster. Naar aanleiding van de nieuwsberichten die over de dood van [naam overledene] zijn verschenen heeft zij besloten een documentaire te maken, waarin zij onderzoekt wat er is gebeurd in het leven van [naam overledene] dat heeft geleid tot zijn dood. De première van de film is op 10 september 2019, de dag van de zitting en van het mondelinge vonnis van het onderhavige kort geding. De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen.

 

De uitzending wordt niet als onrechtmatig bestempeld door de voorzieningenrechter. De uitspraken van de geïnterviewden worden niet gepresenteerd als feiten, de documentaire is niet eenzijdig negatief of onnodig kwetsend en eisers hebben geen belang bij hun verzet tegen de hervertoning van beelden van de herdenkingsdienst. Deze beelden zijn immers ook te vinden op YouTube en aangekocht van de rechthebbenden. Ook het gebruik van een beeld van de slaapkamer van [naam overledene] wordt niet onrechtmatig bevonden. Dit beeld is gefilmd met toestemming van [eiseres sub 1] en het belang bij het niet vertonen van het beeld weegt niet op tegen het belang van [gedaagde sub 1] die de film op de dag van de première niet meer kan aanpassen.

 

Eisers hebben zich ook nog op het auteursrecht op een in de documentaire getoonde brief beroepen, maar dat beroep faalt. De brief is niet in het geding gebracht, zodat beoordeling van auteursrechtelijke bescherming niet mogelijk is. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de brief auteursrechtelijk beschermd is en niet aannemelijk gemaakt dat, voor zover de brief auteursrechtelijk beschermde elementen bevat, deze elementen ook te vinden zijn in de gedeeltes die in de film zijn gebruikt. Het beroep op portretrecht wordt ook afgewezen. De beelden zijn al eerder in de media getoond en op internetsites nog steeds te zien. Daarnaast zijn de beelden niet bijzonder intiem en ondersteunen de beelden het in de film geschetste verhaal van het leven van [naam overledene]. Eisers hebben dus geen redelijk belang bij het verzet tegen het gebruik van het portret van [naam overledene].

 

IEPT20190910, Rb Amsterdam, BNNVARA

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:735