Octrooi voor behandeling van coccidiose en anemie in dieren niet inventief

Print this page 10-10-2019
IEPT20190917, Rb Den Haag, Bayer v Ceva

Dat marktintroductie van Forceris nog niet heeft plaatsgevonden is geen omstandigheid die tot lagere drempel toewijzing vordering leidt: Forceris in buitenland voor hogere prijs dan Bayer product verhandeld, waardoor geen grond is om voor prijsverderf te vrezen. EP 496 naar voorlopig oordeel niet inventief: meest nabije stand van de techniek is folder Bayer, waarin gelijktijdige toediening toltrazuril en ijzerextraan wordt geopenbaard, verschilmaatregel met conclusie 1 van EP 496 is dat twee monocomponenten in één formulering zijn samengebracht ,technisch effect is eenvoudigere behandeling die minder arbeidsintensief is, folder Bayer zet vakman zonder inventieve denkarbeid op spoor van gelijktijdige toediening van toltrazuril en ijzerextraan, onvoldoende aannemelijk dat er gegeven de stand van de techniek vooroordeel tegen oraal toedienen van ijzer later dan in eerste levensuren van biggen bestaat, vakman zou op grond van Ueda-publicatie testen of orale toedienig van ijzerdextraan in combinatieformulering met toltrazuril op dag 3 voldoende effectief is en uitkomen bij geclaimde oplossing. Gerede  kans dat TKB EP 496 zal vernietigen: folder was geen onderdeel van dossier in oppositieprocedure en vormt naar voorlopig oordeel dichterbijstaande stand van de techniek. 1019h Rv advocaatkosten gematigd van € 306.506 naar € 200.000: onevenredig hoog voor voorbereiding kort geding, gelet op de complexiteit van de zaak, het aantal verweren en de samenhang met buitenlandse procedures, waardoor meer afstemming nodig zal zijn, maar vergelijkbaar verweer ook al voorbereid was voor andere jurisdicties.

 

OCTROOIRECHT - PROCESRECHT

 

Bayer is houdster van octrooi EP 496 voor “Formulierungen enthaltend Triazinone und Eisen”. Het octrooi ziet op een samenstelling samenstelling bestaande uit triazinonen en ijzer(III)-complexverbindingen voor het gelijktijdig behandelen van ijzertekorten en coccidia-infecties bij dieren. Bayer brengt sinds 23 juni 2019 een injecteerbaar product op de markt genaamd Baycox Iron met als actieve stoffen toltrazuril en gleptofferron voor de behandeling van coccidiose en anemie (bloedarmoede). Ceva heeft op 1 juli 2019 aan Bayer te kennen gegeven dat zij van plan is om in september 2019 haar product genaamd Forceris in Nederland te lanceren. Volgens Bayer is sprake van inbreuk. De vorderingen worden afgewezen.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat EP 496 naar voorlopig oordeel niet inventief is. Hierbij wordt als meest nabije stand van de techniek een folder van Bayer aangemerkt, waarin gelijktijdige toediening van toltrazuril en ijzjerextraan wordt geopenbaard. De verschilmaatregel tussen die folder en conclusie 1 is dat twee monocomponenten in één formulering zijn samengebracht. Het technisch effect hiervan is een eenvoudigere behandeling die minder arbeidsintensief is.  De voorzieningenrechter is van mening dat de folder de vakman zonder inventieve denkarbeid op het spoor van gelijke toediening van van toltrazuril en ijzerextraan zet. De vakman zou op grond van de Ueda-publicatie testen of een orale toediening van ijzerdextraan in een combinatieformulering met toltrazuril op dag 3 voldoende effectief is en uitkomen bij de in EP 496 geclaimde oplossing. De voorzieningenrechter oordeelt vervolgens dat er een gerede kans is dat de Technische Kamer van Beroep EP 496 zal vernietigden, onder meer omdat de folder van Bayer geen onderdeel van het dossier in de oppositieprocedure was en naar voorlopig oordeel dichterbijstaande stand van de techniek vormt dan de documenten die in de oppositieprocedure zijn gebruikt.

 

De advocaatkosten van Ceva worden gematigd van de gevorderde € 306.506 naar € 200.000. De voorzieningenrechter acht de door Ceva opgegeven totale kosten onevenredig hoog voor de voorbereiding van het kort geding, gelet op de complexiteit van de zaak, het aantal verweren en de samenhang met buitenlandse procedures, waardoor enerzijds meer afstemming nodig zal zijn, maar anderzijds vergelijkbaar verweer ook al voorbereid was voor andere jurisdicties.

 

IEPT20190917, Rb Den Haag, Bayer v Ceva

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:9764