Prejudiciële vragen aan Hoge Raad: Is het Artiestenverloning-arrest ook van toepassing op deels beschrijvende handelsnamen?

Print this page 31-10-2019
IEPT20191004, Hof Arnhem-Leeuwarden, DOC v Dairy Partners

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: is de norm van Artiestenverloning-arrest (“dat het gebruik van een louter beschrijvende aanduiding, ook indien verwarring wekkend, alleen onrechtmatig is indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen”, IEPT20151211) ook van toepassing op (deels beschrijvende) handelsnamen?

 

HANDELSNAAMRECHT

 

Vervolg op IEPT20190614, waarin het hof Arnhem-Leeuwarden voorstelde om een aantal vragen aan de Hoge Raad te stellen over …

 

In de onderhavige zaak worden de vragen daadwerkelijk gesteld:

 

1. Gelden bij de toepassing van artikel 5 Handelsnaamwet nadere, niet in dat artikel genoemde vereisten indien de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van bijkomende omstandigheden (in aanvulling op verwarringsgevaar) in geval van een louter beschrijvende handelsnaam?

 

2. Luidt het antwoord op de eerste vraag anders indien de ingeroepen oudere (in meer of mindere mate) beschrijvende handelsnaam door gebruik (een zekere mate van) bekendheid heeft verworven?

 

3. Indien geen nadere vereisten gelden zoals onder (1) bedoeld, hoe dienen dan het (in meer of mindere mate) beschrijvende of niet onderscheidende karakter van de ingeroepen handelsnaam, en het algemene belang dat beschrijvende aanduidingen door een ieder vrij kunnen worden gebruikt, te worden betrokken in de toepassing van artikel 5 Handelsnaamwet?

 

IEPT20191004, Hof Arnhem-Leeuwarden, DOC v Dairy Partners

 

ECLI:NL:GHARL:2019:8167