Indirect verwarringsgevaar tussen handelsnamen Nicomax en Nico-Fastening

Print this page 18-10-2019
IEPT20191010, Rb Midden-Nederland, Nicomax v Nico-Fastening
(Met dank aan Merel Rondhuis, Tjeerd Overdijk en Berber van der Wansem, Vondst Advocaten)

Indirect verwarringsgevaar tussen handelsnamen Nicomax en Nico-Fastening: handelsnamen beginnen met de naam van de oprichter van beide ondernemingen, ondernemingen beide gevestigd in Almere, voldoende aannemelijk dat het relevante publiek zal kunnen denken dat beide ondernemingen aan elkaar gelieerd zijn.

 

HANDELSNAAMRECHT

 

Nicomax is in 1996 opgericht door [N]. Nicomax richt zich op de distributie van pneumatische gereedschappen (u weet wel) en bevestigingsmiddelen voor de bouw. Nico-Fastening is opgericht in mei 2019 door diezelfde [N], die sinds 2012 niet meer betrokken is bij Nixomax. Nico-Fastening houdt zich eveneens bezig met de productie en distributie van pneumatische gereedschappen en bevestigingsmiddelen voor de bouw. Nicomax stelt dat Nico-Fastening inbreuk maakt op haar handelsnaam.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van indirect verwarringsgevaar. Hierbij speelt mee dat de handelsnamen beginnen met de naam van de oprichter, die bij beide ondernemingen in direct contact stond met klanten en distributeurs. Daarnaast zijn beide ondernemingen gevestigd in Almere. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat het relevante publiek zal de ondernemingen aan elkaar gelieerd zijn. Dit beeld wordt volgens de voorzieningenrechter versterkt doordat Nico-Fastening inmiddels ook een aantal personeelsleden van Nicomax heeft overgenomen en dat deze personen bij Nico-Fastening zich eveneens direct of indirect zullen gaan bezighouden met werkzaamheden betreffende de max-producten.

 

IEPT20191010, Rb Midden-Nederland, Nicomax v Nico-Fastening

 

(kopie originele vonnis)