Artikelen NRC over omstandigheid dat SchipholTaxi smeergeld heeft laten betalen niet onrechtmatig

Print this page 01-11-2019
IEPT20191023, Rb Amsterdam, SchipholTaxi v NRC

Artikelen NRC over omstandigheid dat SchipholTaxi smeergeld zou hebben laten betalen door taxichauffeurs om te mogen rijden vanaf Schiphol niet onrechtmatig: voldoende steun in feitenmateriaal, [eiser 2] is als leidinggevende van grote en bekende taxionderneming in omgeving Amsterdam publiek figuur. Suggestie dat [eiser 2] wist dat zijn nevenfunctie niet verenigbaar was met zijn functie als politieagent en dat hij dus iets fout deed niet onrechtmatig: hoewel hij nevenfunctie had gemeld en hier sprake lijkt te zijn van voortschrijdend inzicht bij de Amsterdamse politie, had hij zelf kunnen begrijpen dat beide functies niet verenigbaar zijn.

 

PUBLICATIE

 

Kort geding. [eiser 2] is sinds 2007 directeur/aandeelhouder van SchipholTaxi. SchipholTaxi mag op grond van een in 2014 verleende concessie taxivervoer verrichten vanaf de luchthaven. Op 4 oktober 2019 is op de website nrc.nl een door [gedaagde 3] en [gedaagde 3] geschreven artikel verschenen, getiteld “Taxirijden op Schiphol, in ruil voor een envelop vol cash”. Dit artikel is ook in de papieren zaterdageditie van NRC van 5 oktober 2019 verschenen, onder de kop “Taxirijden op Schiphol? Dat is dan 5.000 euro, in een envelop”. In de artikelen wordt SchipholTaxi ervan beschuldigd een corrupt systeem te hebben opgezet rond het taxivervoer op Schiphol. Het bedrijf zou via ‘stromannen’ of ‘voormannen’ taxichauffeurs jarenlang duizenden euro’s hebben laten betalen om te mogen rijden vanaf de luchthaven. Daarbij heeft [eiser 2], die in de artikelen met zijn voor- en achternaam wordt genoemd, twee petten op gehad, die van directeur van SchipholTaxi en die van hoofdagent op een Amsterdams politiebureau, wat volgens de reglementen van de politie niet zou mogen. Volgens eisers is sprake van onrechtmatige artikelen. Er wordt dan ook onder meer een rectificatie gevorderd. De vorderingen worden afgewezen.

 

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de artikelen niet onrechtmatig zijn, omdat er voldoende steun is in het feitenmateriaal en omdat [eiser 2] als leidinggevende van een grote en bekende taxionderneming in de omgeving Amsterdam een publiek figuur is die zich meer kritiek moet laten welgevallen dan privé personen. De suggestie dat [eiser 2] wist dat zijn nevenfunctie niet verenigbaar was met zijn functie als politieagent en dat hij dus iets fout deed is niet onrechtmatig. In werkelijkheid geldt hier dat [eiser 2] de nevenfunctie had gemeld en hier sprake lijkt te zijn van voortschrijdend inzicht bij de Amsterdamse politie. Toen [eiser 2] werd verteld dat beide functies niet verenigbaar waren heeft [eiser 2] voor het nemen van ontslag bij de politie gekozen en is hem eervol ontslag verleend. Dat neemt volgens de voorzieningenrechter echter niet weg dat [eiser 2] zelf heeft kunnen begrijpen dat beide functies niet verenigbaar zijn. Het komt immers regelmatig voor dat de politie handhavend moet optreden tegen taxichauffeurs. De vermelding dat [eiser 2] hoofdagent is geweest is functioneel in het verhaal, omdat de drempel voor chauffeurs van SchipholTaxi om misstanden te melden hoger zal liggen als de bestuurder van de onderneming waarvoor zij werken ook hoofdagent van politie is.

 

IEPT20191023, Rb Amsterdam, SchipholTaxi v NRC

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:7935